Kantonrechter Utrecht 17-02-2003 (Van Lieshout), JAR 2003, 63


CAO. Goed werkgeverschap. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Vakvereniging.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 63.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, 38 jaar oud, zeven jaar in dienst, laatstelijk als hoofd arbeidsvoorwaarden tegen een salaris van € 4.368,-- per vier weken te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. De werkgever heeft vanwege slechte financiële resultaten besloten een reorganisatie door te voeren. De COR heeft de noodzaak van reorganisatie onderkend. Met de vakorganisaties is een sociaal plan overeengekomen dat als CAO is aangemeld bij het Ministerie van SZW. In een side-letter hebben partijen bij het sociaal plan vastgelegd dat vakbondsleden die getroffen worden door de reorganisatie aanspraak kunnen maken op een extra periodesalaris als onkostenvergoeding in verband met de door hen betaalde vakbondscontributie. De werknemer verzet zich tegen het ontbindingsverzoek. Hij voert onder meer aan dat de vakbonden niet representatief zijn voor het personeel, dat zij het sociaal plan niet ter goedkeuring aan hun leden hebben voorgelegd en dat het alleen toekennen van een extra salaris aan vakbondsleden in strijd is met de beginselen van het goed werkgeverschap. De kantonrechter verwerpt het eerste verweer nu de vier vakbonden waarmee het sociaal plan is overeengekomen de tot de CAO-onderhandelingen in de sector toegelaten vakorganisaties zijn en de COR heeft aangedrongen op het sluiten van een sociaal plan met deze vakorganisaties. Niet relevant is of de vakbonden met hun leden hebben overgelegd, hetgeen verplicht is indien sprake is van een CAO, omdat het sociaal plan voor de kantonrechter niet in de eerste plaats een CAO is, maar een richtsnoer om de C-factor te kunnen invullen. Met betrekking tot de side-letter overweegt de kantonrechter dat de werkgever onweersproken heeft gesteld dat slechts een klein aantal medewerkers als gevolg van deze regeling een extra vergoeding zal krijgen. Verder heeft de werkgever aannemelijk gemaakt dat hij op verzoek van de bonden bereid is geweest een tegemoetkoming te bieden voor de door deze vakbondsleden betaalde contributie, omdat de inspanningen van de vakbonden bij de totstandkoming van het sociaal plan aan alle werknemers, ook de niet-georganiseerden, ten goede zal komen. De tegemoetkoming die de werkgever aan de vakbondsleden zal betalen, is in totaal zo gering, dat er per persoon niet meer dan een symbolisch bedrag zou resteren indien deze tegemoetkoming ten goede zou komen aan alle ontslagen werknemers. De regeling tast daarom de geldigheid van het sociaal plan niet aan. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met toekenning van de vergoeding uit het sociaal plan.

Terug naar overzicht