Kantonrechter Utrecht 21-07-2003 (Pinckaers), JAR 2003, 205


Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 205.

De werknemer, 59 jaar oud, is sinds september 1991 bij de werkgever, een branchevereniging, in dienst als directeur/secretaris van de vereniging. De vereniging staat onder leiding van een bestuur dat gemiddeld eens per twee maanden bijeenkomt. In december 2002 is in de bestuursvergadering besproken dat met de werknemer in 1995 een vertrekregeling was overeengekomen, inhoudende dat bij ontslag op initiatief van de werkgever wegens buiten de werknemer gelegen redenen, een schadeloosstelling zal worden betaald van drie jaarsalarissen. Het bestuur heeft gesteld verbaasd te zijn over de regeling en over het feit dat deze niet bleek uit de jaarstukken en heeft opdracht gegeven om het met de regeling gemoeide bedrag te becijferen. Dit bleek een bedrag te zijn van € 472.359,--. Het bestuur heeft daarop geconstateerd dat zij geen basis zag voor verdere samenwerking en heeft ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. Het bestuur stelt daartoe dat de werknemer de vertrekregeling nimmer heeft gemeld en dat deze bovendien niet rechtsgeldig is overeengekomen. De werknemer zou de vorige bestuursvoorzitter, die inmiddels is overleden, de regeling hebben laten tekenen zonder dat de voorzitter wist wat hij tekende. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst vanwege de verstoorde relatie tussen partijen. De kantonrechter acht het niet aannemelijk geworden dat de werknemer de vorige voorzitter heeft misleid. De vertrekregeling is weliswaar royaal maar ook weer niet zo uitzonderlijk dat alleen al daarom de vorige voorzitter niet kan hebben geweten wat hij tekende. De regeling bevat bovendien ook bepalingen over het pensioen van de werknemer die wel steeds zijn uitgevoerd. Ook gelet op de persoon van de oud-voorzitter en diens andere functies ligt het niet voor de hand dat hij zich zou laten misleiden. De werknemer kan niet verweten worden dat hij geen melding heeft gemaakt van de vertrekregeling, nu hij niet met zijn eigen arbeidsvoorwaarden te koop hoefde te lopen en de regeling niet in de jaarstukken verwerkt hoefde te worden. De werkgever is derhalve aan de vertrekregeling gebonden. Indien kosten met een zakelijk karakter buiten beschouwing worden gelaten, komt de vergoeding neer op € 450.000,--. Ten overvloede merkt de kantonrechter daarbij op dat, mocht de werknemer in een dagvaardingsprocedure volledige nakoming van de vertrekregeling vorderen, de ontbindingsvergoeding daarop in mindering dient te worden gebracht.

Verder lezen
Terug naar overzicht