Kantonrechter Utrecht 23-12-1998, JAR 1999, 36 (De Laat)


CAO (Algemeen verbindend verklaarde). Vakvereniging.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 36.

Een werkgevers- en een werknemersvereniging vorderen een verklaring voor recht dat een particulier gefinancierde thuiszorginstelling (NTN) gehouden is de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de CAO na te leven. Daarnaast vorderen ze een schadevergoeding van NLG 100.000,--, onder meer wegens verlies aan prestige en werfkracht. Ook vorderen ze nabetaling aan alle werknemers van het verschil tussen het feitelijk ontvangen loon en hetgeen op grond van de CAO zou moeten worden ontvangen. De werkgever beroept zich op niet-ontvankelijkheid, onder meer omdat een vordering tot naleving van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de CAO na expiratie van de algemeen verbindendverklaring in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Bovendien had de minister op grond van de wet AVV een onderzoek tot naleving moeten instellen. De kantonrechter acht het instellen van een vordering tot naleving na expiratie van de AVV niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid omdat partijen pas in een later stadium van de looptijd kunnen vernemen dat de CAO niet wordt nageleefd. Daarnaast was er geen verplichting om eerst de minister te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de niet-naleving, omdat het op grond van de wet AVV gaat om een bevoegdheid na een gegrond vermoeden. Het verweer dat op grond van de wet AVV een bepaling die in strijd is met de algemeen verbindend verklaarde CAO nietig is en dus geen nakoming kan worden gevorderd, is in beginsel juist. Op grond van de wet AVV kunnen partijen in dat geval een schadevergoeding vorderen. Op grond van de wet CAO kan wel rechtens nakoming worden gevorderd en de tekst van de betreffende bepaling in de wet AVV komt sterk overeen met de betreffende bepalingen in de wet CAO, zodat moet worden aangenomen dat een vordering tot nakoming mogelijk is. De kantonrechter stelt vast dat NTN de CAO Thuiszorg niet naleeft en dus is er recht op schadevergoeding. Hoewel in de wet AVV niets staat over schade voor verlies aan prestige, zoals in de wet CAO, kan op grond van de wet AVV kan vergoeding naar billijkheid gevorderd worden voor ander nadeel dan vermogenschade. De kantonrechter stelt deze schade vast op NLG 50.000,-- en verklaart voor recht dat NTN de algemeen verbindend verklaarde CAO moet naleven.

Terug naar overzicht