Kantonrechter Utrecht 24-01-2003 (Van Unen), JAR 2003, 52


Loon. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Schadeloosstelling. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 52.

De werkneemster is op 18 oktober 1999 bij de werkgever in dienst getreden als medewerkster in de veredeling. Op 30 mei 2002 heeft de werkneemster zich ziek gemeld. Bij brief van 11 juli 2002 heeft de Arbo-arts partijen geadviseerd om een gesprek aan te gaan met behulp van een onafhankelijke bemiddelaar. Bij brief van 6 augustus 2002 heeft de werkneemster laten weten ander werk te zullen gaan zoeken. Verder heeft zij gevraagd om een gesprek met de werkgever in het bijzijn van een bemiddelaar. Bij brief van 14 augustus 2002 heeft zij dit verzoek herhaald. Na op arbeidstherapeutische basis te hebben gewerkt, heeft de werkneemster zich op 15 augustus 2002 opnieuw ziek gemeld. De Arbo-arts heeft nogmaals aangedrongen op een gesprek. De werkgever heeft de werkneemster meerdere keren uitgenodigd, doch zonder bemiddelaar in te schakelen. Met ingang van 22 oktober 2002 heeft de werkgever de loonbetaling gestaakt. De werkneemster vordert hervatting daarvan. Tevens vraagt zij ontbinding met een vergoeding. Ten aanzien van de loondoorbetaling overweegt de kantonrechter dat, nu de Arbo-arts inschakeling van een bemiddelaar heeft geadviseerd en bemiddeling in belangrijke mate kan bijdragen aan de oplossing van een conflict, de door de werkneemster gestelde voorwaarde van aanwezigheid van een bemiddelaar bij een werkhervattingsgesprek niet onredelijk is. De werkgever heeft de verzoeken tot inschakeling van een bemiddelaar herhaaldelijk afgewezen, zonder nadere motivering, terwijl van hem verwacht mocht worden dat hij alle redelijke middelen zou aanwenden om werkhervatting mogelijk te maken, zulks mede omdat, zoals omschreven in de Leidraad "Aanpak verzuim om psychische redenen", oplossing van een arbeidsconflict vaak tussenkomst van een bemiddelaar vergt. Gelet hierop mocht de werkneemster weigeren een rechtstreeks gesprek met de werkgever aan te gaan. Haar recht op loondoorbetaling is daardoor niet komen te vervallen. De werkgever dient het loon daarom alsnog te betalen. In de ontbindingsprocedure overweegt de kantonrechter dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster is veroorzaakt door de werkgever of in diens risicosfeer ligt. Aan de werkneemster komt daarom alleen een beperkte vergoeding toe van één maandsalaris (€ 1.661,36) vanwege de weigering van de werkgever om een mediator in te schakelen.

Terug naar overzicht