Kantonrechter Utrecht 24-02-1999, JAR 1999, 77 (Pinckaers)


Bepaalde tijd. Ziekte. Overwerk. vakantie (niet-genoten). Wettelijke verhoging. Wettelijke rente.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 77.

Een nachtportier met een één keer verlengd dienstverband voor een jaar, salaris NLG 2.881,81 bruto per maand is de laatste twee maanden van zijn arbeidsovereenkomst ziek. Na het einde van het dienstverband vordert de werknemer doorbetaling van loon tijdens ziekte, uitbetaling niet opgenomen vakantiedagen, overwerkvergoeding, zondag-, feest- en nachttoeslag, alles vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. De kantonrechter wijst de vordering met betrekking tot de niet-genoten vakantiedagen als niet betwist toe vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50%. Dit geldt ook de vordering met betrekking tot de zon- en feestdagen toeslag. Wat betreft de vordering nachttoeslag overweegt de kantonrechter dat nu de werkgever geen gebruik heeft gemaakt van de in de CAO genoemde ruimte om loon inclusief nachttoeslag te bedingen, ook deze vordering moet worden toegekend eveneens vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50%. Ook de vordering met betrekking tot overwerkuren wordt toegewezen nu de werkgever geen overtuigende tegenargumenten heeft ingebracht tegen de urenberekening. Met betrekking tot de vordering doorbetaling van loon tijdens ziekte volgt uit art 7:629 lid 7 BW in samenhang met art 7:628 lid 3 BW dat toeslagen moeten worden meegeteld. De kantonrechter wijst alle vorderingen toe vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf de dag van aanzegging.

Verder lezen
Terug naar overzicht