Kantonrechter Utrecht 24-06-2003 (Van Unen), KG 2003, 199, NJF 2003, 21


Concurrentiebeding. Verrekening.

Een senior consultant zegt zijn arbeidsovereenkomst op om als partner bij een nieuw op te richten consultancybureau in dienst te treden. De ex-werkgever houdt de werknemer aan de secundaire arbeidsvoorwaarden, waarin een beding is opgenomen op grond waarvan het verboden is zich op een of andere wijze te binden aan een opdrachtgever van de werkgever. De werkgever verrekent hetgeen de werknemer nog te goed heeft met de verschuldigde boete wegens overtreding van het beding. De werknemer vordert van zijn ex-werkgever betaling van vakantiegeld en bonus, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Tevens vordert de werknemer schorsing van het concurrentiebeding als hiervan sprake zou zijn. Volgens de werknemer is er echter geen sprake van een concurrentiebeding, nu dit niet schriftelijk is overeengekomen. De werkgever vordert in reconventie nakoming van de secundaire arbeidsvoorwaarden en een gebod aan de werknemer geen zakelijke contacten te onderhouden met relaties van de werkgever. De werkgever stelt dat er geen sprake is van een concurrentiebeding, maar van een relatiebeding. De kantonrechter wijst de loonvordering toe tot het bedrag dat door de werkgever is berekend en door de werknemer niet is betwist. Hij verwerpt het beroep op verrekening omdat dit in kort geding onvoldoende is komen vast te staan. De kantonrechter is van mening dat de bepaling in de secundaire arbeidsvoorwaarden, waarin het de werknemer alleen verboden wordt zich op een of andere wijze te binden aan een opdrachtgever van de werkgever, de strekking heeft van een relatiebeding. De vordering tot schorsing van het concurrentiebeding dient dan ook te worden afgewezen. Het relatiebeding is rechtsgeldig overeengekomen. Hoewel niet de eis van art. 7:653 BW geldt, is toch aan deze eis voldaan, omdat in de arbeidsovereenkomst expliciet verwezen wordt naar de secundaire arbeidsvoorwaarden, waarmee de werknemer zich uitdrukkelijk akkoord heeft verklaard. Met betrekking tot de vraag wie de opdrachtgevers van de werkgever zijn, is de kantonrechter van oordeel dat als opdrachtgevers moeten worden beschouwd de relaties waarvoor de werkgever de afgelopen twee jaar werkzaamheden heeft verricht. Hieronder vallen ook deelnemers aan door de werkgever georganiseerde seminars. De kantonrechter beveelt de werkgever zich schriftelijk uit te laten over de inhoud van de door hem opgestelde lijst van relaties respectievelijk de werknemer hierop te reageren en houdt verder iedere beslissing aan.

Terug naar overzicht