Kantonrechter Utrecht 27-05-2003 (Pinckaers), JAR 2003, 190


Ontbinding gewichtige redenen. Passende arbeid. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 190.

De werkneemster, 57 jaar oud, is sinds maart 1993 bij de werkgever in dienst als caissière. Vanaf 1997 vervulde zij de functie van medewerkster informatiebalie binnen de vestiging te Montfoort. Per 1 september 2001 heeft de werkgever een nieuwe filiaalmanager aangesteld met als opdracht de sfeer en de effectiviteit van het filiaal te Montfoort te verbeteren. De manager heeft in dit verband de werkneemster gewaarschuwd dat zij op moest houden met roddelen. In maart 2002 hebben een aantal collega's van de werkneemster in een brief aangegeven dat de werksfeer tot een minimum is gedaald door het gedrag van de werkneemster. De manager heeft deze brief met de werkneemster besproken. De werkneemster heeft zich enige dagen later ziek gemeld en is ziek gebleven. De werkgever verzoekt thans, een jaar later, ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, nu partijen er niet in zijn geslaagd om de werkneemster te laten reïntegreren en de verhouding tussen partijen verstoord is geraakt. De kantonrechter gaat er niet van uit dat de werkneemster de oorzaak is geweest van de onrust in Montfoort, maar ook niet dat de werkgever de zaken aldaar onjuist heeft aangepakt. De kantonrechter stelt vast dat in augustus 2002 mediation heeft plaatsgevonden. Op grond van de bevindingen van deze mediator en zijn eigen ervaringen mocht de werkgever redelijkerwijs concluderen dat terugkeer naar Montfoort niet mogelijk was. Ook de werkneemster had dat toen moeten inzien. Dat zij dit niet heeft gedaan, kan haar worden verweten en moet worden gezien als de belangrijkste oorzaak van de uiteindelijke verstoring van de arbeidsrelatie. De werkneemster is blijven aandringen op een confrontatie met de manager te Montfoort en de collega's aldaar teneinde zich te kunnen rehabiliteren. De werkgever was echter, gelet op het tijdsverloop en de mediation, niet meer gehouden hieraan mee te werken. Dit geldt ook voor het voorstel van de werkneemster om nogmaals een bemiddelaar in te schakelen. De werkgever heeft diverse passende functies aangeboden. De werkneemster heeft deze niet aanvaard omdat zij ook arbeidsongeschikt zou zijn voor ander werk dan haar eigen functie. Dat standpunt wordt echter niet ondersteund door de Arbo-arts noch door enige andere arts. Gezien dit alles en gelet op het feit dat de werkgever gedurende een jaar het salaris heeft doorbetaald, is er geen grond voor toekenning van een vergoeding aan de werkneemster.

Terug naar overzicht