Kantonrechter Utrecht 28-06-2000 (Delfos Visser), JAR 2000, 172


Ontbinding gewichtige redenen (Voorwaardelijke). Rekest civiel. Concurrentie.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 172.

Nadat de overeenkomst voorwaardelijk is ontbonden onder toekenning aan de werknemer van een vergoeding van NLG 695.000,-- bruto verzoekt de werkgever herziening, omdat de werknemer in de procedure bedrog, althans arglist heeft gepleegd door, ter staving van zijn stelling dat het hem was toegestaan tijdens zijn dienstverband concurrerende werkzaamheden in een eigen onderneming te verrichten, te stellen dat de toenmalige directeur daarvan geheel op de hoogte was. Later blijkt dat dat niet het geval was en de werknemer geeft dat ook toe, zodat de kantonrechter vaststelt dat de werknemer in de ontbindingsprocedure bedrog heeft gepleegd. Dat kan echter niet leiden tot herziening van de beschikking omdat de werkgever al voor het verstrijken van de ontbindingstermijn daarvan op de hoogte was en dus toen het verzoek nog had kunnen intrekken. Intrekking had hetzelfde gevolg gehad als herziening, omdat een ontbindingsbeschikking ondeelbaar is en niet gedeeltelijk kan worden herzien nu het vaststellen van de vergoeding afhankelijk is van de vraag of en waarom de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. De kantonrechter wijst de vordering dan ook af.

Terug naar overzicht