Kantonrechter Utrecht 29-04-1999, JAR 1999, 111 (Staal)


Ontbinding gewichtige redenen. Ziekte (onvolledig reïntegratieplan).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 111.

Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een arbeidsongeschikte secretaresse (10 jaar in dienst, salaris NLG 3.384,98 bruto per vier weken) op grond van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie. De werkneemster is na ernstige kritiek op haar functioneren ziek geworden en tussentijdse werkhervatting is tevergeefs geweest. Volgens de bedrijfsarts is er sprake van een arbeidsconflict en is de werkneemster overbelast mede als gevolg van privé-problemen en eenzijdige doofheid. De werkneemster beroept zich op niet-ontvankelijkheid van de werkgever, wegens het niet overleggen van een reïntegratieplan. Volgens de kantonrechter is er wel een reïntegratieplan overgelegd, doch dit vertoont zowel inhoudelijk als procedureel mankementen. Zo blijkt niet van de inbreng van de werkneemster en geeft het plan geen beeld van de mogelijkheden en de beperkingen van de werkneemster. Bovendien ontbreekt de vereiste toetsing van het Lisv. Het kan zijn dat de bedrijfsarts van de werkgever in deze ondeskundig heeft gehandeld. Hoe het ook zij de kantonrechter acht de werkgever toch om proceseconomische redenen ontvankelijk in zijn verzoek. Het verzoek dient echter te worden afgewezen nu niet blijkt dat de werkgever er alles aan heeft gedaan om werkhervatting mogelijk te maken. De werkgever heeft de werkneemster onvoldoende begeleid en heeft onvoldoende gezocht naar ander passend werk. Er was voor de werkgever maar één optie: beëindiging van het dienstverband. Deze handelwijze is in strijd met het goed werkgeverschap en in strijd met de bescherming van zieke werknemers. De werkneemster dient alsnog een kans te krijgen en de werkgever dient die te geven op grond van een deugdelijk reïntegratieplan. De kantonrechter wijst het verzoek af.

Terug naar overzicht