Kantonrechter Zaandam 01-11-2001 (Van der Valk), JAR 2001, 249


Bepaalde tijd. Onkostenvergoeding. (studiekostenregeling). Verrekening.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 249.

De werkneemster is bij de werkgever in dienst geweest op basis van een tweemaal verlengde arbeidsovereenkomst voor een half jaar. In de arbeidsovereenkomst was bepaald dat opleidings- en cursuskosten voor rekening van de werkgever komen als de arbeidsovereen- komst vier jaar duurt, gerekend vanaf het begin van de opleiding/cursus en dat bij een tussentijdse beëindiging de kosten pro rata bij de werknemer in rekening worden gebracht. De werkgever heeft de derde arbeidsovereenkomst niet verlengd. Bij de eindafrekening heeft de werkgever een bedrag aan cursuskosten ingehouden. De werkneemster vordert betaling aan haar van dit bedrag. De kantonrechter is met de werkneemster van oordeel dat, gezien de aard van het beding en de belangen daarbij van beide partijen, onder "beëindiging" moet worden verstaan, een uitdrukkelijke beëindiging door de werknemer of een beëindiging door de werkgever waartoe de werknemer op verwijtbare wijze aanleiding heeft gegeven. In onderhavig geval gaat het om een beëindiging waartoe de werkgever het initiatief heeft genomen, daarbij gebruik makend van een door hemzelf gekozen flexibele constructie, waarbij hij zich niet bij voorbaat heeft vastgelegd de werknemer voor onbepaalde tijd in dienst te houden. Daaraan doet niet af dat de werkgever wellicht onaangenaam was getroffen door de omstandigheid dat de werkneemster zich begin 2000 al elders bleek te oriënteren. Als een werkgever flexibiliteit wil tegenover een werknemer, dan moet hij deze ook de ruimte geven om zich binnen die tijd elders verder te ontplooien. Dat geldt temeer nu het in casu gaat om een opleiding die niet specifiek op het bedrijf van de werkgever was gericht, maar op de hele branche, en de werkneemster bovendien geen concurrentiebeding had

Terug naar overzicht