Kantonrechter Zaandam 26-08-1999, Prg. 1999, 5359 (Visser)


Bepaalde tijd. Ontslag(name) op staande voet. Opzegtermijn. Gefixeerde schadevergoeding.

Een zelfstandig werkende tapijt- en meubelreiniger treedt voor de duur van twaalf maanden in dienst bij een werkgever, die zijn franchisegebied overneemt. De werknemer neemt voortijdig ontslag (op staande voet) na een tamelijk negatief functioneringsverslag. De werkgever stelt voor de ontstane schade te delen doch de werknemer gaat niet akkoord. De werkgever houdt de werknemer vervolgens aan zijn contract en vordert een schadevergoeding. De werknemer stelt dat tussentijdse opzegging contractueel is overeengekomen en vordert in reconventie vakantietoeslag en overwerkvergoeding. De kantonrechter is van oordeel dat de letterlijke tekst van de opzegbepaling in de arbeidsovereenkomst onvoldoende duidelijk is en dat het in dit soort gevallen aankomt op hetgeen partijen over en weer hebben mogen begrijpen. Volgens de kantonrechter had de werkgever aanvankelijk geen bezwaar tegen de opzegging maar koppelde hij daaraan als voorwaarde terugbetaling van de door hem geleden schade. Daar was de werknemer het niet mee eens, zodat kan worden vastgesteld dat dit laatste het werkelijke geschilpunt is dat partijen verdeeld houdt. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de door de werknemer gegeven uitleg van de contractsbepaling juist is. Er is dus geen sprake van onregelmatig ontslag. De kantonrechter wijst de vordering van de werkgever af. De kantonrechter is het met de werknemer eens dat de werkgever gezien de eisen van goed werkgeverschap te lang heeft gewacht de werknemer tussentijds te confronteren met het feit dat niet mocht worden opgezegd. Aangezien de werknemer al een andere baan had kon hij niet meer terug en dient de vordering ook om deze reden afgewezen te worden. De kantonrechter wijst de tegenvordering van de werknemer toe, vermeerderd met de wettelijke verhoging en met de wettelijke rente.

Terug naar overzicht