Kantonrechter Zaandam 30-01-1999, JAR 1999, 50 (Visser)


Ontbinding gewichtige redenen. Sociaal plan. Schadeloosstelling (C=1).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 50.

Een Duitse werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 43-jarige werknemer, zes jaar in dienst, salaris DM 2.500,-- bruto en een garantie-provisie van DM 6.350,-- per maand, met een vergoeding conform het sociaal plan. De werknemer betwist de bedrijfseconomische noodzaak maar berust in de ontbinding gezien de verstoorde arbeidsrelatie en verzoekt een vergoeding van NLG 277.851,06 bruto. De kantonrechter acht aannemelijk dat de arbeidsplaats van de werknemer komt te vervallen en stelt dat deze procedure zich niet leent voor het in volle omvang toetsen van het ondernemingsbeleid. Met betrekking tot de vergoeding overweegt de kantonrechter dat de ontbinding niet in de risicosfeer van de werknemer ligt en afvloeiing in het belang van de onderneming vergezeld dient te gaan van een behoorlijke afvloeiingsregeling. Uitgangspunt hierbij is de kantonrechtersformule met een correctiefactor 1 nu het gaat om ontslag op sociaal economische gronden. Daaraan doet het in Duitsland overeengekomen sociaal plan niet af, dat afgezien voor het feit dat het niet van toepassing is ook buiten toepassing behoort te blijven, omdat het in dit geval tot een onredelijk resultaat zal leiden. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van DM 81.243.-- bruto (C=1).

Terug naar overzicht