Kantonrechter Zaanstad 31-10-2002 (Van der Valk), JAR 2002, 283


Kennelijk onredelijk ontslag. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 283.

De werknemer heeft van 4 december 1978 tot november 1998 voor de werkgever gewerkt als operator/uithaler op de confectieafdeling. In november 1998 is hij blijvend uitgevallen met nek- en armklachten. Na twee jaar arbeidsongeschiktheid heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd. De werknemer acht het ontslag kennelijk onredelijk omdat daarbij voor hem geen voorziening is getroffen, terwijl dit wel geboden was gelet op zijn leeftijd (44 jaar), de duur van zijn dienstverband (22 jaar) en zijn medische beperkingen. Die medische beperkingen zouden zijn veroorzaakt door het zware fysieke werk dat hij voor de werkgever heeft gedaan. Dit werk bestond uit het bedienen van één of meer machines waarin plastic zakken worden vervaardigd. De werkgever wijst erop dat hij gedurende twee jaar het loon volledig heeft doorbetaald respectievelijk aangevuld, dat hij voor de werknemer een WAO-gatverzekering heeft afgesloten en dat hij de opbouw van zijn pensioenaanspraken premievrij heeft gemaakt. De werkgever betwist dat er een causaal verband is tussen de nekhernia van de werknemer en het werk. De functie die de werknemer verrichtte, was juist één van de lichtere in het bedrijf. Hierop zijn juist een aantal keer partieel arbeidsongeschikte werknemers tewerkgesteld. De kantonrechter overweegt dat een ontslag kennelijk onredelijk kan zijn als er een duidelijk causaal verband is tussen de aard van de werkzaamheden en de arbeidsongeschiktheid. Uit het Boulidam-arrest (HR 25-06-1999, RvdW 1999, 107, NJ 1999, 61, JAR 1999, 149, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 171) kan niet de conclusie worden getrokken dat geen causaal verband tussen ziekte en werk meer aannemelijk behoeft te worden gemaakt in het geval een werknemer stelt dat een ontslag om die reden kennelijk onredelijk is. De rechtbank had het causaal verband in het midden gelaten in die specifieke zaak. De Hoge Raad vond dat het geval er nog net mee door kon, maar heeft geen rechtsregel gegeven over causaliteit en stelplicht. Het is daarom nog steeds aan de werknemer om het causale verband tussen de aard van zijn werk en zijn arbeidsongeschiktheid aannemelijk te maken. In casu is de werknemer hier niet in geslaagd, zodat zijn vordering moet worden afgewezen. Daarbij is ook van belang dat de werkgever reeds voorzieningen voor hem heeft getroffen. Het maakt daarbij geen verschil dat het om verplichte en niet om extra voorzieningen gaat.

Terug naar overzicht