Kantonrechter Zutphen 14-12-1999 (Smulders), Prg. 2000, 5431


Sollicitatie. Opzegging (misbruik van bevoegdheid). Proeftijd.

Een werkgever laat een sollicitante weten dat de keuze op haar is gevallen en stuurt haar een arbeidscontract met een proeftijd van een maand. De werkneemster ondertekent dit niet en deelt ongeveer een maand later mede een andere baan te hebben aangenomen. De werkgever neemt daar geen genoegen mee en vordert een schadevergoeding van NLG 30.082,83. De werkneemster stelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst omdat zij een innerlijk voorbehoud heeft gemaakt en het contract nooit heeft ondertekend. De kantonrechter komt na voorlopig getuigenverhoor tot de conclusie dat de werkgever er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat de werkneemster het aanbod van de werkgever heeft aanvaard en dat er een arbeidsovereenkomst is gesloten. Met betrekking tot het subsidiaire beroep op de proeftijd is de kantonrechter van oordeel dat de werkneemster louter heeft opgezegd omdat zij een andere baan onder gunstiger arbeidsvoorwaarden kon krijgen. Door geen voorbehoud te maken en door vóór de aanvaarding van de werkzaamheden op te zeggen, heeft de werkneemster misbruik gemaakt van de opzegbevoegdheid. Met betrekking tot de schade overweegt de kantonrechter dat in geval van misbruik van de bevoegdheid om vóór het verstrijken van de proeftijd op te zeggen, in beginsel niet gevorderd kan worden de schade, die ook geleden zou zijn als de arbeidsovereenkomst regelmatig was beëindigd, tenzij er sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden. Aangezien de werkgever alleen de wervingskosten heeft gevorderd en deze kosten bij regelmatig ontslag ook zouden zijn gemaakt, dient de vordering te worden afgewezen.

Terug naar overzicht