Kantonrechter Zwolle 01-12-1999 (Van Aerde), JAR 2000, 6


Loon. Ziekte. Bepaalde tijd (overgangsrecht Wet flexibiliteit en zekerheid); min/max contract.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 6.

Een werknemer treedt voor de duur van zes maanden in dienst als servicemonteur op basis van een contract van minimaal 30 en maximaal 60 uur per week. Het salaris bedraagt NLG 3.925,48 bruto per maand bij een 40-urige werkweek. Tijdens de verlenging van de arbeidsovereenkomst wordt de werknemer ziek. Partijen verschillen van mening over het aantal uren waarover ziekengeld moet worden betaald en over de loondoorbetalingsplicht na afloop van de verlenging. De kantonrechter is met de werkgever van mening dat nu het gaat om een flexibele arbeidsovereenkomst het ziekengeld berekend moet worden op basis van het gemiddeld aantal gewerkte uren in de drie maanden voorafgaand aan de eerste ziektedatum. De kantonrechter is het niet eens met de werknemer dat een vast salaris is overeengekomen nu partijen hebben afgesproken dat alleen over daadwerkelijk gewerkte uren loon wordt betaald en dit ook is gebeurd. Met betrekking tot de voortzetting van het dienstverband na de verlenging overweegt de kantonrechter dat het hier gaat om een contract dat weliswaar voor inwerkingtreding van de Flexwet tot stand is gekomen doch na die datum is voortgezet. Op grond van de onmiddellijke werking van art. 7:668a BW is de arbeidsovereenkomst na de verlenging van rechtswege geëindigd. De kantonrechter wijst de vorderingen af.

Verder lezen
Terug naar overzicht