Kantonrechter Zwolle 02-09-2003 (Boele), NJF 2003, 86, Prg. 2003, 6131, JAR 2003, 219


Gefixeerde schadevergoeding. Ontslag op staande voet.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 219.

De werkgever heeft de werknemer, als productiemedewerker in dienst sinds augustus 2000, op staande voet ontslagen omdat hij zich tijdens een personeelsfeest heeft misdragen. Tijdens dit feest heeft de werknemer, blijkens diverse verklaringen, zich schuldig gemaakt aan excessief drankgebruik, getracht om één van de steltlopers van een optredend duo ten val te brengen, zich zodanig hinderlijk gedragen dat een ander artiestenduo haar optreden voortijdig heeft beëindigd, ten onrechte de geluidsapparatuur bediend, in reactie op een vermaning een leidinggevende beledigd en bedreigd, met ontbloot bovenlijf rondgelopen in de danszaal, seksuele toespelingen gemaakt tegenover partners van collega's, een vrouwelijke collega in het kruis betast en geürineerd tegen een tafel in de danszaal. De werknemer heeft excuses aangeboden. Het ontslag acht hij evenwel vernietigbaar omdat de gedragingen niet op de werkplek en onder werktijd hebben plaatsgevonden. De CWI heeft om die reden een ontslagvergunning voor zover vereist geweigerd. De werknemer vordert doorbetaling van loon. De werkgever vordert in reconventie betaling door de werknemer van de gefixeerde schadevergoeding. De kantonrechter acht het ontslag op staande voet geldig. Het gedrag van de werknemer kan bezwaarlijk anders dan als ernstig wangedrag worden aangemerkt. Het feit dat het gedrag niet is vertoond op de werkplek en niet tijdens werktijd en niet in verband staat met de feitelijke werkzaamheden van de werknemer leidt niet tot een ander oordeel. Het wat verder gelegen verband met de feitelijke werkzaamheden brengt slechts mee dat zeer hoge eisen moeten worden gesteld aan de dringendheid van de ontslagreden. Aan deze hoge eisen is in onderhavig geval voldaan. De kantonrechter wijst de vordering in reconventie van de werkgever af. Gezien het feit dat de financiële positie van de werknemer door het ontslag is aangetast, er vóór het ontslag niets op zijn functioneren aan te merken is geweest, niet is gebleken dat het ontslag de werkgever voor organisatorische problemen heeft gesteld die extra kosten met zich hebben gebracht en de werkgever de vordering kennelijk alleen heeft ingesteld omdat de werknemer een vordering tegen hem instelde, is het naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar als de werknemer een schadevergoeding aan de werkgever zou moeten betalen.

Terug naar overzicht