Kantonrechter Zwolle 04-09-2003 (Boele), Prg. 2004, 6165


Ontbinding gewichtige redenen. Collectief ontslag. Ontslagbescherming OR-lid. Anciënniteitsbeginsel.

Een beveiligingsorganisatie verliest een opdracht tot beveiliging van asielzoekerscentra aan een andere beveiligingsorganisatie. Als gevolg daarvan vervallen alle arbeidsplaatsen die daarmee gemoeid gaan. Nadat de OR positief heeft gereageerd en met de vakverenigingen een sociaal plan is opgesteld ten aanzien van de overname van het personeel door de andere beveiligingsorganisatie, verzoekt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werknemer (37 jaar, OR-lid, vier jaar dienst, salaris € 1.482,– bruto per vier weken). De werknemer zou hebben geweigerd bij de andere beveiligingsorganisatie in dienst te treden. De werknemer stelt dat de werkgever geen reële inspanningen heeft verricht om de werknemer binnen de organisatie te herplaatsen. Bovendien is zijn functie niet vervallen, is er voldoende werk voorhanden en is er een vacature die hij zonder meer kan vervullen. De kantonrechter stelt vast dat er geen sprake is van collectief ontslag in formele zin doch wel in materiele zin. Derhalve dienen de criteria uit het Ontslagbesluit te worden gehanteerd. De werkgever dient de voorgenomen reorganisatie aannemelijk te maken evenals het verval van de functie van de werknemer, waarbij het anciënniteitsbeginsel in acht moet zijn genomen. Bovendien moet worden gelet op art. 7:670a BW (opzegverbod OR-leden) en dient het ontbindingsverzoek terughoudend te worden beoordeeld. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever onvoldoende gegevens heeft overgelegd met betrekking tot de gestelde onmogelijkheid van herplaatsing. Daarnaast is het anciënniteitsbeginsel niet juist toegepast. Ook is niet aannemelijk dat de werknemer, gezien de reisafstand en omdat hij niet beschikt over een eigen vervoermiddel, niet herplaatsbaar is. Van de werkgever mocht worden verwacht te onderzoeken of de werknemer herplaatst kon worden en mocht slechts op grond van bijzondere omstandigheden worden afgezien van een dergelijke herplaatsing. Werkgeversautonomie over een bepaald rayon is geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan de werkgever van herplaatsing mocht afzien, temeer niet daar het rayon niet als een andere bedrijfsvestiging is aan te merken, als bedoeld in art. 4:2 Ontslagbesluit. Ook is niet gebleken dat de werknemer onwillig is geweest op de redelijke voorstellen in te gaan. Het afslaan van een plaatsing voor enkele maanden is niet onredelijk. Nu niet blijkt van voldoende andere valide redenen voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan niet worden geconcludeerd dat uitgesloten is dat het OR-lidmaatschap een rol heeft gespeeld bij de beslissing tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter wijst dan ook het verzoek af.

Terug naar overzicht