Kantonrechter Zwolle 12-10-2000 (Fikkers), JAR 2000, 231, RvdW KG 2000, 235


Deeltijdarbeid. Arbeidstijd. Wijziging arbeidsvoorwaarden (WAA).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 231.

Een wijkziekenverzorgster, tien jaar in dienst voor 24 uur per week verspreid over vijf ochtenden en een middag, vordert na haar ouderschapsverlof bij voorlopige voorziening vermindering van de arbeidsduur tot 20 of 16 uur per week en wel op maandag, dinsdag en vrijdagochtend. De werkgever gaat niet akkoord met de spreiding van de uren. Hij stelt dat de werkneemster alle dagen gedurende vier uur beschikbaar moet zijn ter voorkoming van roostertechnische problemen. De kantonrechter is van oordeel dat de dagelijks terugkerende werkzaamheden het niet onmogelijk maken om meer dan één werkneemster daarbij op verschillende dagen te belasten. Het repeterende karakter van de werkzaamheden zou dagvervanging juist eenvoudiger maken. Niet valt in te zien waarom de werkgever bij verdeling van de werkzaamheden over twee werkneemsters minder mogelijkheden heeft om een rooster op te stellen. Ook het financiële argument (verzwaring van de overheadkosten door verdubbeling van de overleguren) acht de kantonrechter niet aannemelijk. Er zal weliswaar sprake zijn van extra kosten omdat de werkgever iemand moet aannemen voor de vrijgekomen uren, doch dit heeft de wetgever uitdrukkelijk voorzien bij de totstandkoming van de Wet aanpassing arbeidsduur. Bovendien zou de werkgever deze kosten ook maken als de werkneemster vijf halve dagen zou werken. De kwaliteit van de zorg behoeft ook niet in het gedrang te komen als de cliënten te maken krijgen met twee vaste werkneemsters. De kantonrechter vindt wel dat de werkneemster geen vaste werktijden kan verlangen doch dient in te stemmen met inroostering op maandag- en vrijdagochtend tussen 7.00 en 12.30 uur en op dinsdag tussen 7.00 en 18.00 uur, zodat de werkgever haar op productieve uren kan inzetten.

Terug naar overzicht