Kantonrechter Zwolle 23-01-2002 (Van Aerde), JAR 2002, 43


Ontbinding gewichtige redenen. Ontslagbescherming OR-lid. Schadeloosstelling (C=1,5).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 43.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer, salaris € 1.250,-- per maand, twee jaar in dienst, en daarvoor als uitzendkracht, omdat er vele incidenten zijn geweest en ook vele gesprekken met de werknemer, maar dat de werknemer telkens weer de arbeidsrust en de wederopbouw van de onderneming na een moeilijke periode wist te verstoren. De werknemer zit al geruime tijd ziek thuis. Hij voert aan dat hij zich betrokken voelde bij de onderneming en dat hij als OR-lid graag een bijdrage wilde leveren aan een beter beleid binnen de onderneming en dan vooral een beter personeelsbeleid. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst omdat inmiddels sprake is van een verstoorde verhouding tussen partijen. Naar het oordeel van de kantonrechter is er een relatie tussen de langzamerhand ook in de ogen van de werknemer verstoorde arbeidsverhouding en zijn werk als OR-lid. Uit geen van de door de werkgever gegeven voorbeelden blijkt van enig streven naar eigenbelang aan de zijde van de werknemer, maar telkens van de behartiging van wat in zijn ogen het personeelsbelang vorderde. Wel kan de werkgever worden toegegeven dat de werknemer daarbij soms wel erg ongelukkig te werk is gegaan en dat zijn optreden vooral buiten de ondernemingsraad geschikt was om de verhoudingen met de directie te verstoren. Daar komt bij dat de verhouding met de collega OR-leden uiteindelijk is bekoeld en dat de werknemer binnenkort al een jaar uit de onderneming en ook uit de OR is geweest. Het feit dat er een verband is tussen de ontbinding en het OR-lidmaatschap kan de ontbinding naar het oordeel van de kantonrechter niet verhinderen, nu het lidmaatschap van de OR geen vrijbrief betekent voor elke vorm van belangenbehartiging. Het doorbreken van het ontslagverbod van OR-leden dient zich wel te vertalen in de hoogte van de vergoeding. Minder zwaar weegt dat geen reïntegratieplan is overgelegd, gelet op de verstoorde verhoudingen tussen partijen. De kantonrechter kent vervolgens een vergoeding toe met toepassing van correctiefactor 1,5 (€ 7.500,--).

Verder lezen
Terug naar overzicht