Kantonrechter Zwolle 26-04-1999, JAR 1999, 120 (Fikkers)


Concurrentiebeding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 120.

Een 24-jarige werknemer, anderhalf jaar in dienst bij een automatiseringsbedrijf, thans als support specialist op een helpdesk, salaris NLG 4.500,-- bruto per maand, zegt zijn arbeidsovereenkomst op om elders in dienst te treden als business consultant. De werknemer stelt dat hij een andere functie gaat vervullen en dat de nieuwe werkgever geen concurrent is. Hij vordert bij voorlopige voorziening tenietdoening respectievelijk schorsing van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding. De kantonrechter wijst de primaire vordering af omdat deze zich niet verdraagt met een voorlopige voorzieningsprocedure. Met betrekking tot de subsidiaire vordering overweegt de kantonrechter dat het concurrentiebeding wel een zeer ruime strekking heeft. Het verbiedt de werknemer te werken voor ieder bedrijf in Nederland dat zich bezighoudt met dezelfde of verwante activiteiten als de werkgever of de daaraan verbonden ondernemingen. Het is niet duidelijk of de werknemer bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst wist of had moeten weten dat hij door als support specialist op de helpdesk te gaan werken een werkterrein elders als business consultant zou uitsluiten, omdat een van de werkmaatschappijen van de werkgever zich met dergelijk werk bezighoudt. Het concurrentiebeding mist dan ook die inzichtelijkheid, die nodig is om iemand die voor het eerst de arbeidsmarkt betreedt, van de ernst van de beperking te doordringen. Ook is niet aannemelijk dat de werknemer over zulke specialistische bedrijfskennis beschikt dat hij schade aan de werkgever kan toebrengen. De kantonrechter veroordeelt de werkgever om voor de duur van de voorlopige voorziening te gedogen dat de werknemer werkzaam is voor zijn nieuwe werkgever.

Terug naar overzicht