Niet-opeisbaarheidsbeding in verticale OBV houdt geen stand


M overlijdt in 1998 met achterlating van zes kinderen. Bij testament heeft zij vier kinderen in de legitieme gesteld. Voorts heeft M bij ouderlijke boedelverdeling aan haar dochter D (1/4 erfdeel) alle tot haar nalatenschap behorende goederen toegedeeld, onder verplichting alle schulden, kosten en successierechten voor haar rekening te nemen en om wegens overbedeling aan ieder van de overige erfgenamen schuldig te erkennen een bedrag gelijk aan de waarde van ieders netto-erfdeel, na aftrek van successierecht. Mede ter voldoening aan haar verzorgingsplicht jegens…

Verder lezen
Terug naar overzicht