Op grond van besluit mag voorwaardelijk teruggegeven BPM worden nageheven


Samenvatting

Belanghebbende exploiteert een taxibedrijf en heeft voor een tweetal taxi's om teruggaaf van BPM verzocht. De inspecteur heeft deze teruggaaf op grond van het besluit van de staatssecretaris van 6 juli 2000, nr. WV2000/413M, NTFR 2000/1019, voorwaardelijk verleend. Na een boekenonderzoek heeft de inspecteur de betreffende BPM weer nageheven. In geschil is of naheffing mogelijk is, meer in het bijzonder of het verzoek om teruggaaf is aan te merken als een ingevolge de belastingwet gedaan verzoek als bedoeld in art. 20, lid 1, AWR. Hof Den Bosch (NTFR 2008/1208) heeft deze vraag, in tegenstelling tot Rechtbank Breda, bevestigend beantwoord. De inspecteur heeft de teruggaaf weliswaar gebaseerd op een besluit van de staatssecretaris, dat het mogelijk maakt de aanspraak op teruggaaf eerder te effectueren dan uit art. 16 BPM voortvloeit, maar dit besluit vindt wel degelijk zijn grondslag in genoemd artikel. Het hof oordeelde dan ook dat het verzoek is aan te merken als een ingevolge de belastingwet gedaan verzoek, zodat het de inspecteur vrij stond de ten onrechte verleende teruggaaf na te heffen.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO.

Verder lezen
Terug naar overzicht