Pres. Rb. Amsterdam 13-09-2001 (Branbergen), JOR 2002, 22


Concurrentiebeding. Faillissement. Overgang onderneming.

In de vaststellingsovereenkomst tussen een statutair directeur en een vennootschap is opgenomen dat hij gehouden blijft aan het concurrentiebeding zoals dat in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd. De vennootschap gaat failliet en de directeur richt een eigen vennootschap op. De curatoren van de failliete vennootschap sluiten een letter of intent met een andere vennootschap met betrekking tot de intellectuele eigendom en de rechten ten aanzien van alle klanten en relaties. De broncode en de technische documenten zijn echter bij een zustervennootschap, waarvan alle aandelen door de ex-directeur zijn gekocht. De curatoren vorderen de ex-directeur te bevelen zijn handelen in strijd met het concurrentiebeding te staken met onmiddellijke ingang en afgifte van de broncodes en de technische documenten. De ex-directeur stelt dat het concurrentiebeding niet van toepassing is omdat er bij faillissement geen sprake is van overgang van onderneming en het beding niet op de boedel is overgegaan. De president kan de ex-directeur hierin niet volgen. De stelling dat de curator zich niet op een concurrentiebeding van een ontslagen directeur zou mogen beroepen is in zijn algemeenheid onjuist. Het concurrentiebeding heeft nog steeds rechtskracht ook al hebben de curatoren in beginsel geen belang meer bij het concurrentiebeding. In dit geval is er echter een overeenkomst met een derde gesloten over de verkoop van de intellectuele eigendom onder de voorwaarde dat de ex-directeur zijn concurrerende activiteiten stopt. Het belang van de boedel bij handhaving van het concurrentiebeding weegt dan ook zwaarder dan het belang van de ex-directeur om van het concurrentiebeding ontheven te worden. Deze heeft er echter weer belang bij dat het verbod hem niet meer beperkt dan in het belang van de boedel noodzakelijk is. De president beveelt de ex-directeur zich tot 1 april 2002 te onthouden van concurrerende activiteiten, zij het onder de voorwaarde dat indien de curatoren niet uiterlijk op 1 december 2001 erin geslaagd zijn om de relaties of programma's van de failliete vennootschap te verkopen, het concurrentiebeding vanaf die datum niet langer geldt.

Terug naar overzicht