Pres. Rb. Amsterdam 17-12-2001 (Letschert), KG 2002, 39


Gezagsverhouding (veiligheidsonderzoek).

Een werknemer wordt voor de duur van zes maanden aangesteld als steward bij een luchtvaartmaatschappij. Gezien de vertrouwensfunctie in de zin van art. 1 lid 1 j° art. 3 lid 1 Wet op de veiligheidsonderzoeken (Wvo) heeft de werkgever de werknemer aangemeld voor een veiligheidsonderzoek bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Op grond van dit veiligheidsonderzoek (gebaseerd op gegevens over de vijf jaar voorafgaand aan de aanmelding) kan worden vastgesteld of de werknemer onder alle omstandigheden zijn vertrouwensfunctie kan uitoefenen. Vier maanden na de aanstelling weigert het Ministerie van Binnenlandse Zaken een verklaring van geen bezwaar af te geven. De werknemer was namelijk vanaf 1 september 1996 tot 27 januari 1998 in Zuid Korea en vanwege het ontbreken van een relatie met een zusterdienst aldaar kan niet over gegevens over die periode worden beschikt. De werknemer vordert bij voorlopige voorziening ex art. 8:81 Awb schorsing van het besluit. De president is van oordeel dat voor het hanteren van een termijn van vijf jaar geen aanknopingspunt is te vinden, gezien de limitatief opgesomde weigeringsgronden in de Wvo. Ook voor het argument dat gezien het ontbreken van een relatie met een zusterdienst niet over gegevens kan worden beschikt, is geen steun te vinden in de Wvo. Bovendien is de BVD tekort geschoten in zijn inspanningsverplichting, door niet te proberen elders gegevens te verkrijgen. Gezien het feit dat de werknemer daadwerkelijk vijf maanden als steward heeft gewerkt en hij in het bezit van een toegangspas voor beveiligde gebieden was, bestond er blijkbaar geen bezwaar tegen zijn vervulling van de functie. Het is begrijpelijk dat de werknemer hieraan het vertrouwen ontleende dat de verklaring van geen bezwaar niet zou worden geweigerd. Mede omdat de arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd bij het ontbreken van de verklaring van geen bezwaar en de president zich niet wenst te mengen in de privaatrechtelijke verhouding tussen de werknemer en zijn werkgever, wijst de president de voorlopige voorziening toe en schorst hij het besluit.

Terug naar overzicht