Pres. Rb. Zwolle 09-10-2001 (Lebens), Prg. 2002, 5814


Directeur. Opzegtermijn. Ziekte.

Een statutair directeur van twee supermarkten van een supermarktketen meldt zich ziek daags voordat hij door de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AVA) wordt ontslagen. Het ontslag was hem medegedeeld in een door hem tijdig ontvangen oproep. De arbeidsovereenkomst wordt vervolgens opgezegd met een termijn van twee maanden. De werknemer stelt dat het ontslag niet rechtsgeldig is omdat a) hij tevens werknemer is van een andere vestiging, waar hij leidinggevende werkzaamheden heeft verricht, b) het ontslag is gegeven en de oproeping is gedaan door een onbevoegde (directielid holding), c) hij ziek was op de AVA, waarbij de werknemer verwijst naar het Levison/MAB-arrest (HR 12-11-1992, RvdW 1992, 256, NJ 1993, 265, JAR 1992, 133, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1992, blz. 89), d) niet de overeengekomen opzegtermijn van zes maanden in acht is genomen. De werknemer vordert in kort geding doorbetaling van loon en subsidiair een verplichting tot onderhandelen. De president stelt vast dat er geen arbeidsovereenkomst (noch schriftelijk, noch feitelijk) heeft bestaan tussen de werknemer en een derde supermarkt, zodat de vordering op deze grond moet worden afgewezen. Met betrekking tot de onbevoegdheid van de directeur van de holding stelt de president dat de holding één van de drie aandeelhouders is van de supermarkten waarvan de werknemer directeur was. Beide andere aandeelhouders hebben de directeur van de holding volmachten verstrekt om een aandeelhoudersvergadering te houden waarin de holding naast de werknemer tot statutair directeur van beide supermarkten werd benoemd. Dit besluit werd met algemene stemmen genomen dus doet niet terzake dat geen oproeping heeft plaatsgevonden. Anders dan de werkgever is de president van mening dat daarmee de bestuurder van de bestuurder niet zonder meer bevoegd was een AVA bijeen te roepen. Op grond van art. 2:219 BW is daartoe alleen het gehele bestuur (dus inclusief werknemer) bevoegd. De oproeping was derhalve niet rechtsgeldig. Dit wil echter niet zeggen dat het ontslagbesluit nietig was aangezien het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd was en het besluit met algemene stemmen is genomen. Ook op deze grond moet de vordering derhalve worden afgewezen. Met betrekking tot de ontslagbescherming tijdens ziekte overweegt de president dat deze bescherming op grond van art. 7:670 lid 1 sub b BW toepassing mist in geval een werknemer ziek wordt nadat de RDA het verzoek om ontslagvergunning heeft ontvangen. Aangezien in het vennootschapsrecht de ontslagprocedure van een bestuurder begint met de ontvangst van de oproeping voor de AVA en de werknemer zich ná dit tijdstip heeft ziek gemeld, kan art. 7:670 lid 1 BW analoog worden toegepast. Daarnaast is anders dan in het Levison-arrest ontslagbescherming van directeuren tijdens ziekte niet…

Verder lezen
Terug naar overzicht