President Rechtbank Alkmaar 15-06-2000 (Udo de Haes), RvdW KG 2000, 138, Prg. 2000, 5553


Ontslag op staande voet. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer (voorwaardelijke). Executiegeschil.

Een werknemer, zeven jaar in dienst, wordt op staande voet ontslagen, waarna de arbeidsovereenkomst op zijn verzoek voorwaardelijk wordt ontbonden onder toekenning aan hem van een vergoeding van NLG 37.500,-- bruto. De werknemer legt terzake executoriaal beslag, waarop de werkgever in kort geding verbod tot executie vordert totdat onherroepelijk in rechte is komen vast te staan dat het ontslag op staande voet nietig was. De president verwerpt het beroep van de werknemer op HR 05-09-1997 (De Bode/DHIJ, RvdW 1997, 163, JAR 1997, 215, NJ 1998, 421, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1997, blz. 237), omdat dat arrest betrekking had op de vraag vanaf welke datum de wettelijke rente verschuldigd was over de ontbindingsvergoeding, maar niet op de vraag van de opeisbaarheid van de ontbindingsvergoeding zelf. De president oordeelt dat een voorwaardelijke veroordeling eerst effect behoort te verkrijgen wanneer de desbetreffende voorwaarde is vervuld, er daarbij van uit gaande dat niet door het enkele inroepen van de nietigheid de arbeidsovereenkomst "herleeft" doch pas met een onherroepelijke rechterlijke uitspraak inhoudende dat het ontslag nietig is. Nu dat nog niet het geval is wordt de vordering van de werkgever tot het verbod van executie toegewezen.

Verder lezen
Terug naar overzicht