President Rechtbank Amsterdam 04-11-1999, JAR 1999, 246 (De Rooij)


Concurrentiebeding. Uitzendarbeid.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 246.

Een onderneming (A) die bemiddelt tussen partijen die behoefte hebben aan IT-specialisten en partijen die de diensten van deze specialisten aanbieden, sluit een bemiddelingscontract met een andere onderneming (B), die eveneens als zodanig bemiddelt. B zoekt IT-consultants die A via C, een andere onderneming die IT-specialisten opleidt en hun diensten aan derden aanbiedt, ter beschikking stelt. Zowel het bemiddelingscontract tussen A en B als tussen A en C bevat een concurrentiebeding. Overeengekomen wordt dat C twee IT-specialisten voor een half jaar ter beschikking stelt aan A, die ze op zijn beurt ter beschikking stelt aan B ten behoeve van een automatiseringsproject bij D. Na ommekomst van de overeengekomen periode worden beide IT-specialisten via een zustervennootschap van C ingezet op hetzelfde project. A stelt dat C en B handelen in strijd met het concurrentiebeding en vordert in kort geding dat beide IT-specialisten van het project worden gehaald. Volgens B en C zijn de concurrentiebedingen nietig omdat dat tot ontoelaatbare beperking van het recht op vrije arbeidskeuze zou leiden. De president is het hiermee eens. Hoewel het belemmeringsverbod op grond van art. 93 lid 1a Arbeidsvoorzieningenwet (oud) en van art. 7 van de Regeling terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, is komen te vervallen per 1 juli 1998, is de wetgever volgens de wetsgeschiedenis van de WAADI (Stb. 1998, 30) ervan uitgegaan dat bedingen die belemmerend zijn in de vrije arbeidskeuze, in het algemeen bezwarend zijn en op grond van het algemene overeenkomstenrecht tot vernietiging kunnen leiden. In dit geval hebben de gesloten concurrentiebedingen tot gevolg dat de betreffende consultants alleen rechtstreeks of via een andere intermediair dan B en C voor opdrachtgevers of projecten van hun keuze werkzaam kunnen zijn. Het belang van vrije arbeidskeuze is in dit geval extra groot omdat het om pas opgeleide IT-specialisten gaat, die ervaring willen opdoen bij verschillende opdrachtgevers en in verschillende projecten. Bovendien leiden de concurrentiebedingen ertoe dat projecten bij inleners moeten worden afgebroken. De president wijst de vordering af.

Verder lezen
Terug naar overzicht