President Rechtbank Amsterdam 15-07-1999 (De Rooij), RvdW KG 1999, 197


Ontslag op staande voet;. Ontbinding (voorwaardelijke) gewichtige redenen. Voorlopige voorziening. Executiegeschil.

Een werknemer, vier jaar in dienst bij een bemiddelaar in effectenhandel, wordt op staande voet ontslagen omdat hij zijn verplichtingen uit een acte van dading niet nakomt. De werknemer roept de nietigheid in en vordert bij voorlopige voorzienng en later in een bodemprocedure doorbetaling van loon. De kantonrechter wijst de voorlopige voorziening toe en veroordeelt de werkgever de werknemer toe te laten tot zijn werkzaamheden. De werkgever verzoekt voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter wijst dit verzoek toe met een vergoeding van NLG 80.000,-- bruto. De beschikking wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De werkgever trekt zijn verzoek niet in en de werknemer doet afstand van instantie in de bodemprocedure. Nadat de werkgever een verklaring voor recht vraagt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, legt de werknemer executoriaal beslag uit hoofde van de ontbindingsbeschikking. De werkgever vordert vervolgens in kort geding verbod op executie op straffe van een dwangsom. De president is van oordeel dat de beschikking van de kantonrechter op een kennelijke misslag berust, omdat de kantonrechter heeft verzuimd te vermelden dat het ging om ontbinding "voor zover rechtens vereist". Het betoog dat de arbeidsovereenkomst is blijven bestaan, omdat de werkgever geen verklaring ex art. 116 lid 5 Rv heeft ingediend en de kantonrechter daarom geen voorwaardelijke ontbinding heeft uitgesproken, is volgens de president niet juist. In de voorlopige voorzieningsprocedure wordt niet in rechte vastgesteld of een ontslag al dan niet nietig is. Aannemelijk is dat de kantonrechter bedoeld heeft de arbeidsovereenkomst te ontbinden voor het geval in rechte komt vast te staan dat de werknemer terecht de nietigheid heeft ingeroepen. Zolang dat niet is vastgesteld, is de voorwaarde voor ontbinding niet vervuld en maakt de werknemer misbruik van bevoegdheid door de beschikking ten uitvoer te leggen. De president wijst de vordering toe.

Terug naar overzicht