President Rechtbank Amsterdam 16-09-1999 (De Rooij), RvdW KG 1999, 285


Schorsing. Ongewenste intimiteiten.

Een directeur van een stichting die werkprojecten exploiteert, bijna 16 maanden in dienst op basis van een 18-urige werkweek, wordt door het bestuur op non-actief gesteld voor de duur van de ontslagprocedure. Een van de projectleidsters heeft zich tegenover het bestuur beklaagd over een als beledigend en sexistisch ervaren brief van de directeur. De werknemer vordert in kort geding toelating tot zijn werkzaamheden op straffe van een dwangsom en veroordeling in de kosten rechtsbijstand. De president is van oordeel dat de omstreden uitlatingen van de werknemer ontactisch en laakbaar zijn. Op zijn benadering van de bestuursleden valt ook het nodige aan te merken. Desondanks gaat het in dit geval om een enigszins uit de hand gelopen conflict, waarover niet gezegd kan worden dat als gevolg daarvan een onwerkbare situatie is ontstaan. Niet aannemelijk is geworden dat de werkgever de nodige stappen heeft ondernomen om de situatie te normaliseren. Bovendien heeft de gewraakte gedraging zich vier maanden voor de non-actiefstelling voorgedaan. De werkgever heeft zich, door de werknemer op non-actief te stellen en daarvan direct binnen en buiten de organisatie mededeling te doen, niet als een goed werkgever gedragen. Nog afgezien van het feit dat de non-actiefstelling in strijd is met de CAO, kan deze niet in stand blijven. De president veroordeelt de werkgever om de werknemer binnen vijf werkdagen na betekening van het vonnis toe te laten tot zijn werkzaamheden op straffe van een dwangsom van NLG 5.000,-- en veroordeelt de werkgever tot betaling van NLG 3.000,-- buitengerechtelijke kosten.

Verder lezen
Terug naar overzicht