President Rechtbank Amsterdam 19-08-1999, JAR 1999, 207 (De Rooij)


Concurrentiebeding (geheimhouding).

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 207.

Drie werknemers zeggen hun dienstverband op om te gaan werken bij hun eigen onderneming, die zich bezig houdt met dezelfde activiteiten als de werkgever (het verrichten van reïntegratiewerkzaamheden). Tussen partijen is geen concurrentiebeding maar wel een geheimhoudingsbeding overeengekomen. De werknemers nodigen vervolgens een aantal werknemers (verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen) van werkgever uit voor een informatieavond. Tijdens deze avond worden de werknemers overgehaald bij de nieuwe onderneming in dienst te treden. Een aantal werknemers zegt daarop hun dienstverband op en de werkgever vordert in kort geding de ex-werknemers te verbieden personeelsleden te benaderen respectievelijk in dienst te nemen. De werknemers stellen dat een groot aantal ex-collega's hen heeft benaderd met de vraag of zij in dienst konden treden en op verzoek van deze collega's is er een informatieavond gehouden. De president stelt voorop dat nu er geen concurrentiebeding is overeengekomen het de werknemers in beginsel vrij staat de werkgever te beconcurreren, mits er geen sprake is van onrechtmatig handelen. Daarvan is in dit geval geen sprake nu de werkgever de door de werknemers gestelde zaken onvoldoende heeft weersproken. Onvoldoende aannemelijk is dat er sprake is van een geregisseerde opzegging, temeer nu de werknemers slechts één uitnodigingsbrief hebben doen uitgaan naar ten hoogste 20 werknemers. Bovendien hebben slechts 10 van de driehonderd werknemers opgezegd. Van het uitlokken van wanprestatie is geen sprake omdat de betrokken werknemers niet gebonden zijn aan een concurrentiebeding. Ook is er geen sprake van schending van het geheimhoudingsbeding, nu de arbeidsvoorwaarden en de salarissen van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen genoegzaam bekend zijn. De president wijst de vordering af.

Terug naar overzicht