President Rechtbank Assen 30-05-2000 (Boon), RvdW KG 2000, 131


Concurrentiebeding.

Een koopovereenkomst bevat een concurrentiebeding op grond waarvan het de verkopers van een onderneming verboden is concurrerende activiteiten te ondernemen gedurende vier jaar na leveringsdatum. Eén van de verkopers treedt in dienst bij de verkrijger, aanvankelijk voor de duur van twee jaar. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen voor anderhalf jaar. De arbeidsovereenkomst wordt vervolgens omgezet in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Ook in deze laatste arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen, zij het voor drie maanden. De werknemer zegt vervolgens zijn arbeidsovereenkomst op en begint drie maanden later voor zichzelf. De ex-werkgever houdt de werknemer aan het concurrentiebeding van de koopovereenkomst. De werknemer stelt dat de duur van het concurrentiebeding in de koopovereenkomst ten onrechte niet is aangepast aan de duur van het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst. De president in kort geding acht deze stelling voorshands niet aannemelijk omdat de ex-werkgever deze betwist en het onwaarschijnlijk is dat de fout niet door de werknemer zou zijn opgemerkt. Een concurrentiebeding voor de duur van vier jaar is bovendien gezien de hoogte van de koopsom (NLG 11.976.000,--) niet abnormaal. De stelling dat het concurrentiebeding niet meer van toepassing is vanwege wijziging van het contract, gaat niet op omdat het daarbij niet ging om de hoedanigheid van verkoper van de onderneming maar om de hoedanigheid van werknemer.

Terug naar overzicht