President Rechtbank Breda 27-08-1999 (Kooijman), RvdW KG 1999, 321


Concurrentiebeding.

Een Amerikaanse onderneming neemt de aandelen van een Nederlandse onderneming, die "personal care" producten verkoopt over. In de koopovereenkomst wordt een concurrentiebeding opgenomen. De verkoper wordt manager en treedt één jaar later af als directeur. Vervolgens wordt een agentuurovereenkomst overeengekomen. Eén jaar later beëindigen partijen de overeenkomst en komen zij overeen dat het concurrentiebeding zal gelden tot 31 juli 1999. Als de verkoper via zijn eigen bedrijf concurrerende activiteit ontplooit, vorderen zowel de Amerikaanse als de Nederlandse onderneming staking van die activiteiten. De verkoper stelt dat het concurrentiebeding in strijd is met art. 81 EG-verdrag. Volgens het Europese mededingingsrecht mag een concurrentiebeding maximaal twee jaar duren. In dit geval zou het concurrentiebeding vanaf het moment dat het is overeengekomen tot aan de datum die is overeengekomen, vier jaar duren. De president overweegt dat de periode waarin de verkoper als interimmanager en als agent bij de handel van de verkoper is betrokken, buiten beschouwing dient te blijven. Het concurrentiebeding dient ertoe de overnemende onderneming gedurende een bepaalde tijd tegenover de verkoper te beschermen. Daarvan is geen sprake zolang de verkoper bij de onderneming betrokken is. De agentuurovereenkomst komt ten einde op 13 augustus 1997 en het concurrentiebeding liep tot 1 augustus 1999. Deze termijn is op grond van het EEG-recht toegestaan. De activiteiten van de verkoper gericht op de verkoop van föhns op de Nederlandse markt gedurende de termijn van het concurrentiebeding gelden als een inbreuk op het concurrentiebeding. Deze inbreuken hebben vanaf mei 1999 plaatsgevonden en er zal voor drie maanden een gebod om alle activiteiten te staken, worden opgelegd. De president gebiedt de verkoper de activiteiten gestaakt te houden tot 1 november 1999 op verbeurte van een dwangsom van NLG 50.000,-- bruto per overtreding.

Terug naar overzicht