President Rechtbank Haarlem 29-12-2000 (Van der Meer), RvdW KG 2001, 52


Gelijke behandeling. CAO (hantering leeftijdsgrens).

Volgens het pensioenreglement van Martinair gaan piloten op 56-jarige leeftijd met pensioen. Op grond van de afbouwregeling kan de pensioendatum worden uitgesteld tot het bereiken van de 58-jarige leeftijd. Daartoe dient een piloot vanaf zijn 48ste voor 80% te werken. De werknemer heeft geen gebruik kunnen maken van deze regeling omdat hij op het moment dat hij als piloot in dienst trad de leeftijd van 48 jaar was gepasseerd. De werknemer stelt dat het hanteren van de leeftijdsgrens in strijd is met de Grondwet respectievelijk het IVBPR op grond van ongeoorloofde discriminatie. Hij vordert in kort geding toelating tot zijn werkzaamheden. Volgens de werkgever is de leeftijdsgrens objectief gerechtvaardigd omdat daarmee de instroom van nieuwe piloten wordt bevorderd en omdat de leeftijdsgrens bijdraagt tot een evenwichtige personeelsopbouw. Onder verwijzing naar het Hof Amsterdam 13-01-2000 (RvdW KG 2000, 42, JAR 2000, 42, NJ 2000, 466, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 152), stelt de president dat het doorstroomargument geen objectieve rechtvaardigingsgrond is en dat er in casu sprake is van leeftijdsdiscriminatie. Een CAO-bepaling die in strijd is met het grondrecht van gelijke behandeling is nietig. Omdat een bodemprocedure van een aantal andere piloten overeenstemt met deze zaak, zal binnenkort duidelijkheid worden verkregen. Wanneer de werknemer echter niet binnen een periode van 90 dagen minimaal drie keer heeft gevlogen, moet hij een test in een vliegsimulator afleggen. Als hij hiervoor niet slaagt kan hij niet meer als piloot werkzaam zijn. De werknemer heeft dus belang bij de voorlopige voorziening van tewerkstelling. De president veroordeelt de werkgever daartoe op verbeurte van een dwangsom totdat in de bodemprocedure de vordering wordt afgewezen dan wel ingetrokken

Terug naar overzicht