President Rechtbank Leeuwarden 02-03-1999 (van Houten), RvdW KG 1999,108


Uitzendarbeid. Goed werkgeverschap.

Twee via een uitzendbureau tewerkgestelde opvangmedewerkers ontvangen van het uitzendbureau een brief, waarin staat dat als gevolg van de Wet Flexibiliteit en zekerheid de uitzendovereenkomst bij ziekte moet worden beëindigd en dat bij herstel toestemming moet worden gevraagd opnieuw bij dezelfde opdrachtgever te worden tewerkgesteld. De uitzendkrachten brengen deze brief als e-mailbericht via het intranet van de werkgever (Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers) onder de aandacht van het overige personeel, zonder daarin de leidinggevenden van het asielzoekerscentrum te kennen. Het Centraal Orgaan laat de uitzendkrachten weten geen gebruik meer van hun diensten te willen maken. De uitzendkrachten stellen dat hoewel het Centrale Orgaan vrij is de arbeidsrelatie met uitzendkrachten te beëindigen dit door de wijze waarop en de reden waarom, onzorgvuldig is geweest en het Centraal Orgaan onrechtmatig heeft gehandeld. De president overweegt dat gezien het specifieke karakter van de uitzendrelatie, zowel de inlener als de uitzendkracht zonder opgave van redenen de uitzendrelatie kan beëindigen. Deze aan de inlener toekomende bevoegdheid kan onder bijzondere omstandigheden misbruik van bevoegdheid opleveren, bijvoorbeeld bij beëindiging op grond van discriminatie. Bijzondere omstandigheden zijn echter niet gesteld of gebleken. Hoewel de actie van de uitzendkrachten onverstandig was, vindt de president de reactie van de inlener overtrokken en was een minder ingrijpende maatregel passender geweest. Het optreden levert echter geen misbruik van bevoegdheid op en dus is er geen sprake van onrechtmatig handelen. De president wijst de vordering af.

Terug naar overzicht