President Rechtbank Rotterdam 23-05-2001 (Van den Emster), JAR 2001, 108


Staking. CAO.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 108.

FNV en CNV hebben opgeroepen tot het houden van stakingen en werkonderbrekingen bij ECT. Enkele daarvan hebben reeds plaatsgevonden. ECT vordert primair dat het FNV en CNV verboden wordt verdere stakingen te organiseren en subsidiair dat de bonden de stakingen meerdere dagen van tevoren aanzeggen. ECT stelt dat partijen nog verder hadden kunnen onderhandelen en voorts dat de stakingen niet tijdig zijn aangezegd. De Vereniging van Rotterdamse Cargadoors vordert eveneens, onder verwijzing naar de schade die haar leden door de acties lijden, een verbod dan wel een inperking van de stakingen. De president acht de stakingen en werkonderbrekingen niet onrechtmatig. Tussen ECT en de vakverenigingen hebben op vijf dagen gesprekken plaatsgevonden over de arbeids- voorwaarden. Overeenstemming is evenwel niet bereikt. Vervolgens hebben CNV en FNV aan ECT een ultimatum gesteld en aangegeven dat bij het verlopen daarvan, acties zouden kunnen plaatsvinden. Uit één en ander blijkt dat de onderhandelingen in een patstelling zijn uitgemond. Derhalve kan niet gezegd worden dat de vakverenigingen te snel naar het stakingswapen hebben gegrepen. De stakingen zijn, blijkens de inhoud van het ultimatum, ook tijdig aangekondigd. Niet vereist is, zoals ECT stelt, dat de vakbonden moeten aangeven in welke vorm de acties zullen plaatsvinden en op welk tijdstip. Een tijdige aanzegging dient te geschieden om de werkgever in staat te stellen het geschil alsnog op te lossen door nieuwe voorstellen en niet om een werkgever de mogelijkheid te geven om de schadelijke gevolgen van collectieve acties te vermijden. De acties zijn ook niet onrechtmatig jegens derden, zoals de Vereniging van Cargadoors, nu de acties tijdig zijn aangezegd en niet is gesteld of gebleken dat derden hierdoor extreme schade lijden

Verder lezen
Terug naar overzicht