President Rechtbank Rotterdam 30-03-2000 (Boot), Prg. 2001, 5721


Schorsing. Ziekte. Voorlopige voorziening. Executiegeschil.

Een werkgever wordt bij voorlopige voorziening door de kantonrechter veroordeeld tot toelating van de werknemer (die arbeidsongeschikt is), tot zijn werkzaamheden. De werkgever vordert in kort geding opheffing respectievelijk schorsing van de executie. De president is van oordeel dat de werknemer geen rechten aan het oordeel van de kantonrechter behoort te ontlenen. De werkgever verkeert door het vonnis in een dwangpositie omdat de uitvoeringsinstelling heeft geoordeeld dat de werknemer arbeidsongeschikt is, met name voor zijn eigen werk en de kantonrechter heeft beslist dat de werknemer weer tot zijn werk dient worden toegelaten op straffe van een dwangsom. De president schorst de veroordeling en oordeelt dat executie van de verbeurde dwangsommen achterwege dient te blijven

Terug naar overzicht