President Rechtbank 's-Gravenhage 23-11-1999 (Van Delden), JAR 2000, 37


Onkostenvergoeding (voor het meewerken aan een octrooiaanvraag). Loon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 37.

Een werkgever en de Amerikaanse moedermaatschappij verzoeken een ex-werknemer de benodigde documenten ten behoeve van Amerikaanse octrooiaanvragen te ondertekenen. De werknemer wil slechts meewerken tegen een vergoeding van NLG 10.000,-- doch de werkgever is bereid maximaal NLG 1.000,-- te betalen. De werkgever en de Amerikaanse moedermaatschappij vorderen vervolgens in kort geding de ex-werknemer te bevelen de benodigde acte te ondertekenen op verbeurte van een boete. De president stelt voorop dat een werkgever niet alleen een geslaagd beroep op art. 12 Rijksoctrooiwet kan doen, indien de door de werknemer verrichtte werkzaamheden hoofdzakelijk bestaan uit het doen van uitvindingen, doch dat voldoende is dat dit deel uitmaakt van het feitelijke takenpakket van de werknemer. Van belang is dat de werknemer ook zelf heeft gesteld dat het ontwikkelen van nieuwe producten tot zijn werkzaamheden behoort. Dat in dit geval de werknemer tijdens zijn dienstverband slechts één keer een geheel nieuwe product heeft ontwikkeld, doet hieraan niet af. Overigens was ook de werknemer van mening dat de werkgever aanspraak op octrooi toe kwam. De werknemer dient de werkgever en de Amerikaanse moedermaatschappij dan ook in staat te stellen octrooi aan te vragen in de Verenigde Staten. Een tegemoetkoming in de kosten voor het raadplegen van een octrooigemachtigde acht de president niet onredelijk. De documenten zijn van een sterk juridisch karakter, in het Engels opgesteld en niet eenvoudig van aard. De president acht een compensatie van NLG 3.000,-- redelijk. De president veroordeelt de werknemer de documenten te ondertekenen na eerst het bedrag te hebben ontvangen.

Verder lezen
Terug naar overzicht