President Rechtbank 's-Gravenhage 26-07-2000 (Willink), RvdW KG 2000, 202


Overgang onderneming.

Twee werkgevers (X en Y) ontbinden de samenwerkingsovereenkomst op grond waarvan bepaalde werkzaamheden inclusief de voor die werkzaamheden in dienst zijnde werknemers van Y (drie) zijn overgedragen aan X. X stelt zich op het standpunt dat er door de ontbinding sprake is van overgang van onderneming naar Y en vordert een voorziening inzake de doorbetaling van de salarissen. De betreffende werknemers (thans 13) vorderen loon van Y en subsidiair van X. De president is van oordeel dat er eerst overgang van onderneming heeft plaatsgevonden van Y naar X. Dat daarbij niet alle werknemers van de betreffende afdeling zijn overgegaan, is niet van belang. De entiteit die is overgedragen is voldoende om aangemerkt te worden als economische eenheid. Het team ten behoeve van Y is thans uitgebreid tot 13 werknemers. X heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat deze werknemers zich praktisch alleen bezighielden met door Y opgedragen werkzaamheden. De president is met X van oordeel dat door ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst de onderneming is overgedragen van X naar Y inclusief de resterende 13 werknemers en niet alleen de drie voormalige werknemers van Y. Y heeft niet aannemelijk gemaakt dat de werknemers na het wegvallen van de opdracht van Y door X konden worden ingezet voor werkzaamheden voor andere opdrachtgevers. Bovendien laat Y de afgestoten werkzaamheden nu door een derde uitvoeren. De loonkosten van de 13 werknemers komen derhalve voor rekening van Y.

Terug naar overzicht