President Rechtbank Utrecht 04-05-2000 (Breedveld), RvdW KG 2000, 146


Directeur (ontslagbesluit AVA). Schorsing.

Een statutair directeur wordt door de AVA ontslagen zonder dat de oproepingstermijn voor de vergadering in acht was genomen. In een volgende AVA wordt het besluit bekrachtigd, zonder dat de directeur zijn adviserende stem heeft uitgebracht. Weliswaar was hij opgeroepen voor de vergadering maar niet verschenen omdat het verzoek de vergadering te verplaatsen naar een datum waarop ook zijn raadsman aanwezig kon zijn werd afgewezen. De vordering van de directeur in kort geding tot doorbetaling van loon wordt door de president toegewezen. De eerste AVA heeft niet rechtsgeldig kunnen besluiten omdat de oproepingstermijn niet in acht was genomen, zodat het besluit alstoen als een schorsing moet worden beschouwd. Die schorsing was geoorloofd nu er voldoende, zwaarwegende, aan de directeur medegedeelde, redelijke grond daarvoor aanwezig was. Het ontslagbesluit in de tweede AVA wordt voorshands vernietigbaar geacht. De ratio van het kunnen uitbrengen van een adviserende stem door de directeur is dat aandeelhouders daarmee rekening kunnen houden. Nu bovendien een ontslagbesluit niet alleen gevolgen heeft voor de onderneming, maar ook grote gevolgen voor de directeur, dient grote zorgvuldigheid in acht genomen te worden. Dat kan met zich brengen dat de directeur in de gelegenheid gesteld dient te worden om zich met alle hem ten dienste staande middelen ter vergadering te kunnen verdedigen. Niet valt in te zien waarom in redelijkheid geen gehoor werd gegeven aan het verzoek om de vergadering in verband met de verhindering van de advocaat op een latere datum te houden. Daaraan doet niet af dat de directeur reeds tijdens de eerste AVA in de gelegenheid was gesteld zijn visie op het ontslag te geven.

Terug naar overzicht