President Rechtbank Utrecht 07-12-2000 (Van der Burg), RvdW KG 2001, 43


Directeur. Schorsing.

Een statutair directeur, tevens 25% aandeelhouder, wordt met onmiddellijke ingang geschorst door de raad van commissarissen. De directeur vordert in kort geding opheffing van de schorsing en toelating tot zijn werkzaamheden, stellende dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en de billijkheid en dat hij niet is gehoord. De werkgever stelt dat de directeur eerder in de algemene vergadering van aandeelhouders uitvoerig zijn standpunt inzake de bestuurscrisis uiteen heeft gezet en dat de raad van commissarissen zich genoodzaakt zag in te grijpen. De president overweegt dat de raad van commissarissen de bevoegdheid heeft bestuurders te allen tijde te schorsen, tenzij de statuten anders bepalen. De redelijkheid en billijkheid brengen mee dat een bestuurder in beginsel gehoord wordt. Aan dit vereiste is voldaan nu de directeur tijdens de AVA zijn visie heeft kunnen geven. Omdat er sprake was van een onhoudbare situatie, waarin op korte termijn moest worden ingegrepen, kon de raad van commissarissen niet anders dan de directeur schorsen. Gelet op het feit dat de directeur de directie over een nieuw filiaal heeft geweigerd, kon de directeur verwachten dat hij en niet zijn medebestuurder geschorst zou worden, indien de problemen niet zouden zijn opgelost. Hoewel de werkgever niet juist heeft gehandeld door voorafgaande aan het gesprek tussen de beide directeuren, de agenda van de AVA te geven, waarop de schorsing van de directeur als agendapunt stond vermeld, brengt dit niet mee dat de raad van commissarissen de directeur niet mocht schorsen. De president wijst de vorderingen af

Terug naar overzicht