President Rechtbank Utrecht 23-10-2001 (Schepen), RvdW KG 2001, 282


Gelijke behandeling (leeftijdsdiscriminatie).

Een scheidsrechter jeugdvoetbal, lid van de KNVB, mag op grond van het algemeen reglement niet meer werkzaam zijn als scheidsrechter in verband met het bereiken van de 70-jarige leeftijd. Hij vordert in kort geding toelating als scheidsrechter, stellende dat op grond van art. 26 Bupo-Verdrag, art. 14 EVRM en art. 1 Grondwet, leeftijdsdiscriminatie verboden is. Daarbij is niet van belang of er sprake is van een arbeidsverhouding of dat het onderscheid in verenigingsverband plaatsvindt. De president overweegt met betrekking tot het proportionaliteitsvereiste (een van de vereisten om de objectieve rechtvaardiging van de ongelijke behandeling vast te stellen) dat de KNVB over een adequaat instrumentarium beschikt om scheidsrechters in het betaalde voetbal te beoordelen (zie Hof Amsterdam 13-01-2000, RvdW KG 2000, 42, JAR 2000, 42, NJ 2000, 466, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 152). De KNVB heeft niet aannemelijk gemaakt waarom dit instrumentarium niet geschikt is voor scheidsrechters in het amateurvoetbal. Gezien de lagere eisen die worden gesteld aan deze scheidsrechters en gezien de betrekkelijk kleine groep, zou zonder al te veel moeite het instrumentarium aangepast kunnen worden. Een aangepast instrumentarium acht de president een passender middel om tot beëindiging van de scheidsrechtersloopbaan te komen dan het hanteren van een leeftijdsgrens. Gezien de disproportionaliteit is er dus geen objectievere rechtvaardiging voor de leeftijdsdiscriminatie. De vordering dient dan ook te worden toegewezen, zij het onder de voorwaarde dat de scheidsrechter met goed gevolg de door de KNVB aangepaste testen dient af te leggen

Terug naar overzicht