President Rechtbank Utrecht 26-08-1999 (Schepen), RvdW KG 1999, 263


Gelijke behandeling (leeftijdsgrens voor voetbalscheidsrechters). Gezagsverhouding. Bepaalde tijd.

Drie scheidsrechters vorderen in kort geding toelating tot hun werkzaamheden als scheidsrechter in de competitie van het betaalde voetbal van de KNVB en een verbod tot leeftijdsdiscriminatie. De president overweegt dat de drie scheidsrechters vóór 1 januari 1999 hun werkzaamheden verrichtten op basis van een overeenkomst van opdracht en na die datum op basis van een arbeidsovereenkomst. Aangenomen moet worden dat de bedoeling van de wijziging van de rechtspositie is, gevolg te geven aan de met ingang van 1 januari 1999 geldende wettelijke criteria en niet om wijziging te brengen in de tussen de KNVB en de scheidsrechters geldende regeling. De arbeidsovereenkomst dient dan ook uitgelegd te worden in het licht van de vóór 1 januari 1999 geldende overeenkomst en de regelingen die daarop van toepassing waren. Aangezien de scheidsrechters zich vóór 1 januari 1999 hebben geconformeerd aan de voor hen geldende leeftijdsgrens, moet worden aangenomen dat de arbeidsovereenkomst, als deze schriftelijk zou zijn opgesteld, een beding met betrekking tot deze leeftijdsgrens zou hebben bevat. Aangezien hun verzoeken om dispensatie, die moeten worden gelijkgesteld met een verzoek om voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, zijn afgewezen, zijn de arbeidsovereenkomsten van rechtswege geëindigd op grond van art. 7:667 lid 1 BW. De president is van oordeel dat er sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid op grond van leeftijd, indien er geen objectieve rechtvaardiging bestaat. De president overweegt dat in het betaalde voetbal sport van hoog niveau wordt bedreven, dat zowel fysiek als psychisch veel van scheidsrechters vergt. Het stellen van leeftijdsgrenzen voorkomt dat de scheidsrechters niet meer kunnen beantwoorden aan de door de KNVB gestelde eisen van topkwaliteit. De president komt tot de conclusie dat de gehanteerde leeftijdsgrenzen niet alleen een redelijk doel dienen, maar ook een geschikt middel zijn om het doel te bereiken. Ook het beoogde doel van doorstroming kan als redelijk worden beschouwd. De vraag was echter of het hanteren van een leeftijdsgrens niet disproportioneel is, nu de KNVB beschikt over een uitgebreid instrumentarium om de ongeschiktheid van scheidsrechters te toetsen. Dit valt echter in kort geding niet vast te stellen. De president geeft de KNVB in overweging hiernaar onderzoek te laten doen. Aangezien het hanteren van de leeftijdsgrenzen als objectief gerechtvaardigd valt aan te merken, kan niet worden geconcludeerd dat de KNVB de scheidsrechters niet aan het leeftijdsbeding zou kunnen houden, zodat de vorderingen worden afgewezen (hoger beroep ingesteld).

Terug naar overzicht