President Rechtbank Zutphen 20-03-2001 (Vergunst), RvdW KG 2001, 105, JAR 2001, 65


Staking (bij spoorwegen onrechtmatig; overlast reizigers).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 65.

Tussen de directie van NS Reizigers, diverse vakbonden en de OR is een principeakkoord gesloten over de inzet van het rijdend personeel. Naar aanleiding hiervan zijn meerdere personeelscollectieven bij de NS opgericht. Een van de personeelscollectieven heeft aangekondigd vanaf 21 maart 2001 te gaan staken omdat de NS het akkoord niet wenst te herroepen. Een Commissie van Wijze Mannen is inmiddels bezig een advies op te stellen over het akkoord. De Consumentenbond, de ANWB en Rover vorderen dat het het personeelscollectief verboden zal worden een staking uit te roepen. De president stelt vast dat het personeelscollectief in beginsel het recht heeft om te staken op grond van het ESH. Een staking kan evenwel onrechtmatig zijn indien deze voorbarig is en/of disproportioneel in tijdsduur en/of wijze van actie voeren. Een staking zal eerder onrechtmatig zijn indien hierdoor essentiële maatschappelijke belangen dreigen te worden aangetast dan wanneer dit niet het geval is. In onderhavig geval zijn nog niet alle onderhandelingen afgerond. Er is immers juist een Commissie van Wijze Mannen aan het werk die gericht is op het bereiken van een voor alle partijen aanvaardbare oplossing. Vanwege het werk van deze Commissie hebben alle vakbonden hun leden opgeroepen om in afwachting van het rapport van de Commissie af te zien van het verder voeren van acties. Voorts is niet aannemelijk dat, zoals het personeelscollectief stelt, de NS niet meer in staat zou zijn om op 10 juni 2001 een andere werkwijze in te voeren dan die, welke voortvloeit uit het destijds gesloten akkoord. Het personeelscollectief heeft ter zitting ook erkend dat de NS nog wijzigingen door zou kunnen voeren. Tot slot geldt dat het personeelscollectief de Consumentenbond, de ANWB en Rover en de door hem vertegenwoordigde reizigers onnodig lang in onzekerheid heeft gelaten over de voorgenomen acties. Eerst twee dagen tevoren werd duidelijk dat deze door zouden gaan. Dit klemt temeer nu de staking landelijke effecten zou hebben en van onbepaalde duur zou zijn. Dit alles tezamen leidt tot de slotsom dat het gedaagde verboden wordt om tot twee weken nadat de Commissie haar opdracht heeft voltooid of heeft teruggegeven op te roepen tot een staking

Terug naar overzicht