Rechtbank Amsterdam 03-02-1999, JAR 1999, 71


Hoger beroep ontbinding gewichtige redenen. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 71.

Een werkgever zegt de arbeidsovereenkomst van een volledig arbeidsongeschikte werknemer met toestemming van de RDA op. De werknemer verzoekt tijdens de opzegtermijn ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van de verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter verwerpt het niet-ontvankelijkheidsweer van de werkgever omdat het de werknemer vrijstond na opzegging ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken en een vergoeding te vragen. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk dat de verstoring van de arbeidsverhouding de werkgever is te wijten en ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van NLG 50.000,-- bruto. De werkgever gaat in hoger beroep, stellende dat de kantonrechter buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 BW is getreden. De rechtbank overweegt dat partijen te allen tijde bevoegd zijn ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken. Uit de tekst van art. 7:685 BW valt niet op te maken dat daarvoor een uitzondering geldt ingeval reeds is opgezegd en een schadevergoeding op grond van art. 7:681 BW kan worden gevorderd. Omdat de arbeidsovereenkomst nog bestond ten tijde van het indienen van het verzoekschrift, was de werknemer daartoe bevoegd en was het aan de kantonrechter te bepalen of de omstandigheden bijzonder genoeg waren om tot ontbinding over te gaan. Daarbij is de kantonrechter niet buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 BW getreden. De rechtbank verwerpt het beroep.

Terug naar overzicht