Rechtbank Amsterdam 04-08-1999, JAR 1999, 172


Bedrijfsongeval.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 172.

Een juridisch medewerker bij een verzekeringsmaatschappij neemt buiten werktijd vrijwillig deel aan een sportevenement, dat in opdracht van zijn werkgever wordt georganiseerd door een derde. De werknemer loopt daarbij letsel op, waarvoor hij op grond van art. 1638x BW (oud) zijn werkgever aansprakelijk stelt. De werknemer stelt dat dit artikel ook buiten de traditionele werkplek geldt, omdat het sportevenement werd georganiseerd ter realisering van de bedrijfsdoelstelling en werknemers ook recht hebben op bescherming tijdens bedrijfsdoelstellingsgebonden werkzaamheden. Bovendien is de werkgever aansprakelijk voor de door hem ingeschakelde hulppersoon. De kantonrechter is van oordeel dat het ongeval buiten werktijd heeft plaatsgevonden en de werknemer vrijwillig deelnam aan door de werkgever aangeboden recreatieve activiteiten. Dat die activiteiten een bedrijfsdoelstelling dienden, wil niet zeggen dat zij daardoor als het verrichten van arbeid moeten worden aangemerkt. De kantonrechter wijst de vordering af. De rechtbank is het met de kantonrechter eens dat deelname aan het sportevenement niet als het verrichten van arbeid in de zin van art. 7:658 BW kan worden aangemerkt, ondanks het feit dat de werkgever met het organiseren van het evenement zijn bedrijfsdoelstelling diende. Niet aannemelijk is dat het niet-meedoen aan het evenement voor werknemer arbeidsrechtelijke consequenties zou hebben. De derde die in opdracht van de werkgever het evenement heeft georganiseerd kan niet worden aangemerkt als een hulppersoon in de zin van art. 6:76 BW nu deze niet is ingeschakeld bij de uitvoering van een verbintenis op grond van de arbeidsovereenkomst. Het feit dat de werkgever heeft meegedeeld dat het sportevenement absoluut veilig zou zijn, brengt evenmin aansprakelijkheid met zich mee, nu de mededeling niet kan worden beschouwd als een garantie of toezegging die tot aansprakelijkheid van de werkgever leidt. De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Terug naar overzicht