Rechtbank Amsterdam 04-10-2000, JAR 2000, 232


Loon. Ziekte. Deeltijdarbeid. Gelijke behandeling. CAO.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 232.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter Amsterdam 19-02-1999, JAR 1999, 76, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1999, blz. 72). Een werkgever stelt (in een voorstel voor een nieuwe CAO-bepaling) voor bij ziekte van deeltijdwerkers 100% van het loon te betalen over de overeengekomen uren, doch niet over de structureel gewerkte meeruren. De vakvereniging stelt dat de werkgever met deze bepaling onderscheid maakt tussen werknemers op grond van verschil in arbeidsduur (art. 7:648 BW). De kantonrechter stelt de vakvereniging in het gelijk. De werkgever voert in hoger beroep aan dat hij zowel voor voltijdwerkers als voor deeltijdwerkers hetzelfde loonbegrip hanteert. Ook voltijdwerkers krijgen bij ziekte hun meeruren niet doorbetaald. De rechtbank stelt dat de door de voltijdwerker gemaakte meeruren (in dit geval overuren) niet gelijkgesteld kunnen worden met de door deeltijdwerkers gewerkte meeruren. Deeltijdwerkers ontvangen voor hun meeruren geen overwerktoeslag tenzij deze de achturige werkdag overschrijden. Uitgangspunt moet zijn dat de totale beloning voor hetzelfde aantal uren gewerkt binnen een bepaalde periode, gelijk dient te zijn, ongeacht of een gewerkt uur wel of niet binnen de overeengekomen arbeidsduur valt. Aangezien de voorgestelde CAO-bepaling ertoe leidt dat beloning voor deeltijdwerkers, die structureel meer uren maken, ingeval van ziekte lager is dan voor voltijdwerkers, die geen vergelijkbare meeruren maken, is hier sprake van ongeoorloofd onderscheid. De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Verder lezen
Terug naar overzicht