Rechtbank Amsterdam 06-03-2001, JAR 2001, 76


Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Bewijs (voorlopig getuigenverhoor).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 76.

Een werknemer heeft de kantonrechter verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Hij stelt door zijn werkgever in het bijzijn van collega's ten onrechte te zijn uitgemaakt voor dief en wil daarom ontbinding van het dienstverband verzoeken onder toekenning aan hem van een vergoeding. De collega's zijn echter niet bereid een schriftelijke verklaring te verstrekken over het gebeurde, reden waarom hij hen als getuigen wil laten horen. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen omdat de aard van de ontbindingsprocedure zich zou verzetten tegen het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor. Op het hoger beroep van de werknemer overweegt de rechtbank dat de regels van bewijsrecht ook gelden in verzoekschriftprocedures, tenzij de aard van de betrokken verzoekschriftprocedure zich daartegen verzet. Anders dan de kantonrechter is de rechtbank van mening dat het feit dat een ontbindingsprocedure in het algemeen spoedeisend is, niet zonder meer betekent dat geen voorlopig getuigenverhoor gehouden kan worden. Ook in een spoedeisende procedure kan een procespartij er groot belang bij hebben om bewijs te vergaren en op basis daarvan zijn proceskansen in te schatten. Ook in andere spoedeisende procedures, zoals het kort geding, wordt het middel van het voorlopig getuigenverhoor wel toegepast. Indien een voorlopig getuigenverhoor plaatsvindt, zal de kantonrechter in het kader van een eventueel door de wederpartij (in casu de werkgever) begonnen ontbindingsprocedure van geval tot geval moeten bezien of en in hoeverre het uitstellen of aanhouden van de behandeling of de beslissing geboden is teneinde de resultaten van het getuigenverhoor af te wachten. In het onderhavige geval heeft de werknemer belang bij het houden van een getuigenverhoor, nu niet is gebleken dat de door hem te bewijzen aangeboden feiten door de werkgever worden erkend en deze van belang kunnen zijn voor de te nemen beslissing in een ontbindingsprocedure

Terug naar overzicht