Rechtbank Amsterdam 07-06-2000, JAR 2000, 159


Onkostenvergoeding (WAO-gatverzekering). Goed werkgeverschap (informatieplicht).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 159.

In verband met de wijziging van de WAO-wetgeving heeft de werkgever haar personeel de mogelijkheid geboden een WAO-gatverzekering af te sluiten waarvoor de premie op het salaris van de werknemer zal worden ingehouden. Een werkneemster meldt zich aan en de premie wordt op haar salaris ingehouden. Na het einde van het dienstverband wordt zij arbeidsongeschikt, waarbij blijkt dat zij niet in de verzekering is opgenomen, omdat zij destijds de gezondheidsverklaring niet heeft ingeleverd. De werkneemster vordert van de werkgever vergoeding van de (inkomens)schade op te maken bij staat. De werkneemster wilde de gezondheidsverklaring wel afgeven maar om redenen van privacy slechts rechtstreeks aan de verzekeraar en de werkgever verschafte haar de naam en het adres van de verzekeraar niet. De kantonrechter stelt voorop dat door het aanbod tot deelname op de werkgever de verplichting rustte zich in te spannen om de individuele werknemers verzekerd te krijgen. De kantonrechter draagt de werkgever bewijs op dat haar geen verwijt treft terzake van het niet opnemen in de verzekering. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat de discussie over het al of niet verstrekken van de gezondheidsverklaring aan de werkgever hoog opliep en dat weliswaar de werkgever heeft gezegd dat dan geen opname in de verzekering plaatsvond, maar door de heftige woordenwisseling kon de werkneemster die woorden aanmerken als een loos dreigement. Bovendien is voortgegaan met het inhouden van de premie op het salaris. Goed werkgeverschap had meegebracht dat ook na de heftige woordenwisseling door de werkgever initiatief was genomen tot nader overleg. De kantonrechter en de rechtbank in hoger beroep wijzen de vorderingen toe.

Verder lezen
Terug naar overzicht