Rechtbank Amsterdam 09-04-2003, JAR 2003, 139


Bedrijfsongeval. Bewijs.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 139.

(Zie voorgeschiedenis Kantonrechter Amsterdam 04-10-2001, JAR 2001, 223, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 48). De werkneemster stelt dat zij RSI heeft opgelopen in de uitoefening van haar werkzaamheden. Zij heeft de werkgever voor haar schade aansprakelijk gesteld. De werkgever betwist dat de werkneemster RSI heeft en dat de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster het gevolg is van haar werkzaamheden. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het aan de werkneemster is om te stellen en bewijzen dat zij RSI heeft gekregen in de uitoefening van haar werkzaamheden. Voorts heeft de kantonrechter een comparitie gelast om te bespreken of een deskundige moet worden ingeschakeld en zo ja welke. De werkneemster voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter aldus ten onrechte niet de werkgever heeft belast met het bewijs dat hij zijn zorgplicht heeft nageleefd. De rechtbank stelt vast dat door beide partijen naar het rapport van de Gezondheidsraad over RSI is verwezen voor de weergave van de stand van de wetenschap op het gebied van RSI. De rechtbank kan zich, gelet op de inhoud van dit rapport, vinden in de overweging van de kantonrechter dat over RSI, het ontstaan ervan, en de bestrijding en voorkoming ervan nog veel onzekerheid bestaat. Gelet hierop en op het feit dat de werkneemster niet heeft omschreven wat de precieze aard van haar klachten is, wanneer deze zich voor het eerst voordeden, en hoe het verloop ervan was en is, is het aan de werkneemster om haar stelling dat zij RSI heeft nader te onderbouwen en preciseren. Met betrekking tot het causale verband tussen werk en ziekte heeft de werkneemster aangevoerd dat zij gemiddeld 10 à 12 uur per dag werkte, waarvan meer dan zes uur achter een beeldscherm. Verder zou zij standaard op een laptop hebben moeten werken, terwijl dit volgens de Arbo-wetgeving niet meer dan twee uur op een dag zou mogen. De rechtbank is van mening dat deze informatie erg algemeen van aard is en geen duidelijk beeld geeft van de werkzaamheden van de werkneemster. Ook op dit punt moet zij daarom haar stellingen preciseren. Daarna is het aan de werkgever om omstandigheden aan te geven die meer in zijn sfeer liggen. Anders dan in het arrest Unilever/Dikmans (HR 17-11-2000, RvdW 2000, 230, JOL 2000, 569, NJ 2001, 59, JAR 2000, 261, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 9) staat, aldus de rechtbank, in onderhavige zaak niet vast dat sprake is van een ziektebeeld dat te wijten kan zijn aan de werksituatie. Gelet op de inhoud van het advies van de Gezondheidsraad is het immers nog de vraag of en wanneer…

Terug naar overzicht