Rechtbank Amsterdam 15-03-2000, JAR 2000, 96


Bedrijfsongeval (mesothelioom). Aansprakelijkheid werkgever (onderaannemer).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 96.

Een werknemer werkt ruim 42 jaar als ketelmaker bij een scheepswerf. 18 jaar later wordt mesothelioom vastgesteld. De werknemer acht daarvoor een onderaannemer, die bij het repareren van de schepen werd ingeschakeld voor het verwijderen van asbesthoudend isolatiemateriaal, aansprakelijk en vordert een schadevergoeding. De president in kort geding wijst de vordering tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding af. Nadat de werknemer is overleden vorderen zijn erfgenamen een schadevergoeding en smartengeld op grond van onrechtmatig handelen. De rechtbank stelt vast dat de ziekte mesothelioom is veroorzaakt door blootstelling aan asbest omdat er geen andere oorzaken bekend zijn. Omdat de werknemer nooit in dienst is geweest bij de onderaannemer, kan de vordering niet gebaseerd worden op art. 7:658 BW en zijn de op grond daarvan ontwikkelde regels van stelplicht en bewijslast niet van toepassing. De rechtbank stelt voorts vast dat vanaf 1949, toen asbestose als beroepsziekte werd erkend, op de onderaannemer de verplichting rustte zijn werknemers te beschermen door voldoende veiligheidsmaatregelen te treffen. Hoewel op de erfgenamen de bewijslast ligt, brengt de aard van de zaak met zich mee dat de onderaannemer zijn stelling dat voldoende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen, met concrete feiten dient te onderbouwen, om de erfgenamen aanknopingspunten te verschaffen voor eventuele bewijslevering. Nu de onderaannemer dit niet heeft gedaan, moet worden aangenomen dat er onvoldoende veiligheidsmaatregelen zijn genomen. De onderaannemer heeft daarmee niet alleen onrechtmatig gehandeld jegens zijn eigen werknemers maar ook jegens de werknemers van de opdrachtgever, die in dezelfde ruimtes werkten. De onderaannemer kan zich niet beroepen op het feit dat de opdrachtgever aanwijzingen gaf en toezag op de veiligheid. Het verweer dat de werknemer ook door zijn eigen werkgever en door andere onderaannemers is blootgesteld aan asbest, moet eveneens worden verworpen. Zowel voor het geval de mesothelioom is veroorzaakt door het inademen van één asbestvezel als voor het geval de werknemer langdurig is blootgesteld aan asbest, moet worden uitgegaan van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de gehele schade (zie ook HR 02-10-1998, Cijsouw/de Schelde II, RvdW 1998, 172, JAR 1998, 228, NJ 1999, 683, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 26). De rechtbank veroordeelt de onderaannemer tot schadevergoeding.

Terug naar overzicht